Het was de afgelopen weken groot nieuws. De BBB en PVV gaven te kennen dat zij de adviezen van de Raad van State ‘te links’ vonden. BNR vatte de verdediging van de Raad van State voorzitter Thom de Graaf, die hierop wel moest reageren, als volgt samen:
“Raad van State-vicepresident Thom de Graaf is bezorgd over de kritiek van politici op zijn adviesorgaan. Hij noemt het ‘tamelijk onthutsend’ en ‘niet goed voor de democratische rechtsstaat’ dat Caroline van der Plas (BBB) en Geert Wilders (PVV) zijn instituut openlijk aanvallen.
‘Ik heb me wel een klein beetje zitten verbijten’, zegt De Graaf in gesprek met Nieuwsuur. ‘We moeten elkaar een beetje heel laten en het vooral over de inhoud van adviezen hebben, in plaats van zeggen: dat hele instituut moet weg.’
BBB-leider Caroline van der Plas zei twee weken namelijk geleden in het programma WNL Op Zondag dat de Raad van State ’te politiek gekleurd’ is en dat er ‘veel D66-mensen’ in zitten.”
Op basis van de cijfers lijkt de Graaf gelijk te hebben. In plaats van de grote meerderheid ‘linkse mensen’ die in het advieslichaam zouden zitten, blijken slechts 3 van de 18 leden een directe D66 achtergrond te hebben. Ook ten aanzien van het aantal ‘groen linksers’ blijkt het wel mee te vallen. 2 van de 18.
Kortom, leuke stof voor Lubach om de ‘rechtse zwartkijkers’ weer eens op de feiten te wijzen (zie link). De Raad van State kijkt alleen (heel objectief) naar de ‘kwaliteit van de wetgeving’. En die zou wel eens heel slecht kunnen zijn.
Misschien wel, maar hierbij wordt wel vergeten dat de 18 leden van de Raad van State, afdeling advisering, wel uit een beperkt aantal mensen bestaat, die niet overal verstand van kunnen hebben. De leden zijn uitgekozen omdat ze een bepaalde specifieke deskundigheid bezitten ten aanzien van onderwerpen waarover wordt geadviseerd. De samenstelling moet dan uiteraard zo breed mogelijk zijn omdat de Raad van State over alles moet kunnen adviseren.
Wanneer je kijkt naar de achtergrond van de leden, dan valt op dat er maar liefst 4 leden zijn gespecialiseerd ten aanzien van ‘Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’, (Antillen), 3 leden gespecialiseerd zijn in bestuursrecht, 2 leden gespecialiseerd zijn ten aanzien van justitie/ sociaal recht, 6 leden gespecialiseerd zijn in diverse onderwerpen als: rechten van de mens, onderwijs, financiën, Europees recht, belastingen en overheidsprivaatrecht. Daarnaast zijn er 3 leden die gespecialiseerd zijn in milieuzaken.
Deze laatste drie leden zijn inderdaad allemaal wel politiek gekleurd. Twee maal Groen Links en één maal (de Vice Voorziter zelf) D66.
Het spreekt voor zich dat deze leden zich niet los zullen kunnen maken van datgene waarvoor zij staan en waar zij in geloven. En deze ‘groene hegemonie’ ten aanzien van milieu-gerelateerde onderwerpen, vertaalt zich ook in de kwaliteit ervan. Zo leest het laatste stikstof advies, ik heb het eerder besproken (zie link), als een eenzijdig politiek schotschrift wat maar weinig met de ‘kwaliteit van de regelgeving’ te maken heeft.
Als de ‘deskundigen’ binnen het college is hun invloed op de advisering voor de Tweede Kamer, ten aanzien van milieu-gerelateerde onderwerpen, wellicht veel te groot afgemeten tegen het democratische mandaat (22%) waarover zij beschikken.
Is het raar dat de politieke partijen die nu ‘rechts’ worden genoemd, vanwege hun afwijkende standpunten over deze milieu-gerelateerde onderwerpen, de adviezen van de Raad van State ‘links’ vinden?
De verongelijkte reactie van Thom de Graaf lijkt mij dan ook nogal wereldvreemd en juist op zichzelf ‘niet goed voor de democratische rechtsstaat’. De kritiek van regeringspartijen, over het functioneren van de Raad, hoe slecht ook voorbereid en onderbouwd, moet te denken geven lijkt mij.
De wijze waarop het instituut wat de Raad van State momenteel is vorm gegeven, dient naar mijn mening dan ook ernstig heroverwogen te worden. Ook al denken D66, CDA en Thom de Graaf hier blijkbaar heel anders over.