Het scheermes van Guilelmus de Occam

Dat het klimaatdebat eigenlijk al is afgelopen, maakt het internet onmiddellijk duidelijk.  Wanneer ik zoek naar achtergrondverhalen over het nooit van de grond gekomen debat over klimaatverandering, vind ik nu maar liefst: 148.000.000 hits in 0,32 seconden op Google, bij de zoekterm: “The science is setteled”.

Ik ben even bij de top 3 gebleven en heb wel genoten van het verbale spektakel van Time magazine. J. Kluger ( toen auteur van 12 boeken en genomineerd voor een Emmy Award) produceerde op 28 april 2016 het volgende artikel:

“Heb je er niet gewoon een hekel aan als je ruzie hebt met mensen die echt goede punten maken en je absoluut geen weerwoord geven? Zou het niet leuker zijn als je gewoon domme dingen voor ze zou kunnen verzinnen om te zeggen en ze vervolgens voor de gek te houden als ze dat doen?

Welkom bij het laatste retorische toevluchtsoord van de ontkenner van de klimaatverandering.

Het is geen gemakkelijke tijd om klimaatontkenning te beoefenen. Als bijna elke redelijke wetenschapper op de planeet het erover eens is dat klimaatverandering een wereldwijde bedreiging is en 175 landen een overeenkomst ondertekenen om het te beteugelen, zul je je vreselijk eenzaam voelen als het beste wat je aan je zijde hebt, een Amerikaanse senator is, die een sneeuwbal meebracht naar de senaat, als bewijs dat de aarde niet kan opwarmen, plus een heleboel online vrienden met namen als @WeaselFeet23 (sorry, Dr. @WeaselFeet23) die hun wetenschappelijke argumenten publiceren met 140 tekens per keer.”

Er is blijkbaar toch een boel veranderd in de afgelopen zeven jaar.

Wanneer is er een setteled science?

De filosoof Thomas Kuhn is misschien wel het meest bekend geworden vanwege zijn stelling (die door Popper en de ‘Wiener Kreis’ nog werd omarmd) dat er eigenlijk geen verschil bestaat tussen hypothetische- en falsifieerbare theorievorming. Of tenminste, dat bewijzen voor de ene theorie sowieso niet noodzakelijkerwijs doorslaggevend zullen zijn voor de aanhangers van een andere theorie.

De denkkaders (paradigma’s) van waaruit de werkelijkheid wordt geanalyseerd en beschreven zijn uiterst flexibel en Kuhn draagt een aantal redenen aan waarom ‘wetenschappelijke bewijzen’ weinig aan de status quo zullen veranderen (zie ook link). Kuhn meende dan ook dat zelfs wetmatigheden, die voor de ene groep van wetenschappers onmiddellijk helder zijn, vaak eenvoudigweg niet kunnen worden begrepen door de andere groep.
Hij beargumenteerde op grond hiervan dat alleen na de accumulatie van vele “significante” afwijkingen “de wetenschappelijke consensus” een periode van “crisis” zou ingaan. Op dit punt zou naar nieuwe theorieën worden gezocht, en zou een paradigma uiteindelijk triomferen boven een oudere — een cyclus van paradigmaverschuivingen, in plaats van een lineaire progressie richting de waarheid.

Maar wanneer deze “significante afwijkingen” zich niet voordoen, of op, voor buitenstaanders, onnavolgbare wijze worden weggeredeneerd, is de “wetenschappelijke consensus” dan maatgevend voor wat ‘de waarheid’ is? Setteled science?

Aristoteles kende nog een ander principe om tot de waarheid te komen, wat in de loop der eeuwen in steeds wisselende vormen is teruggekomen. In zijn Organon, schrijft hij over de kennisverwerving (Analytica posteriora) onder meer de volgende zin:
“We mogen aannemen dat, als andere dingen gelijk zijn, een theorie superieur is, wanneer die voortkomt uit minder postulaten of hypothesen.”

Het principe is vooral bekend geworden door Guilelmus de Occam, die in zijn strijd voor het Nominalisme de stelling neerschreef: “Entia non sunt multiplicanda praeter necessitatem.”, ofwel: het zijnde moet niet zonder noodzaak worden vermenigvuldigd.
Dit betekent dus dat we voor de meest eenvoudige theorie met de minste aannames zouden moeten kiezen, wanneer er meerdere theorieën zijn die een bepaald verschijnsel verklaren. Het principe is ook wel bekend als de Lex Parsimoniae (wet van de spaarzaamheid), maar vooral als “Occam’s razor”.

We moeten dus spaarzaam zijn en geen trits aan gecompliceerde theorieën bedenken als er al een eenvoudige theorie beschikbaar is die een bepaald fenomeen verklaart. Overbodige theorieën kunnen dus met een (scheer)mes worden ‘weggesneden’.

Een aanval op de consensus theorie

Is de filosofische Lex Parsimoniae van een vergelijkbare orde als de filosofische overpeinzingen van Thomas Kuhn, die weer voortborduurde op de wel erg simplistische visie van de Wiener Kreis op de werkelijkheid? Is de ‘Wet van de spaarzaamheid’ opgewassen tegen ‘de wetenschappelijke consensus’?

Het is in ieder geval het proberen waard. De casus van de ‘Opwarming van de Aarde’ biedt immers alle aspecten van een ‘paradigma-strijd’, die bijkans onoplosbaar is geworden.

Volgens Kuhn zullen de aanhangers van de verschillende denkkaders vaak van mening verschillen over de aard van de problemen die opgelost moeten worden. Zo werd de theorie van Newton zelf over de zwaartekracht, grotendeels genegeerd door vooraanstaande wetenschappers van zijn tijd, omdat hij weliswaar zwaartekracht beschreef, maar helemaal geen verklaring bood ten aanzien van de aard en oorzaak van deze kracht.

Het is dus zaak om het probleem zo eenduidig mogelijk te formuleren, opdat oorzaak en gevolgen zoals deze uiteen worden gezet door de aanhangers van de verschillende theorieën, hun juiste plaats kunnen worden gegeven.

Het probleem

De temperatuur op Aarde is een vreemd fenomeen. De Aarde wordt verwarmd door de zon die gemiddeld gezien 341 W/m2 zonnestraling instraalt. Hiervan wordt 161 W/m2 geabsorbeerd door het aardoppervlakte en 78 W/m2 door de atmosfeer. Ongeveer 30% van de ingestraalde warmte verdwijnt dus direct weer naar de ruimte. Opgenomen wordt dus 239 W/m2.

De temperatuur op Aarde bedraagt gemiddeld 15 graden. De Aarde verliest hierdoor gemiddeld 396 W/m2 aan stralingsenergie. Er is dus een netto-energieverlies van 157 Joule per seconde per vierkante meter op Aarde. Per uur dus 565.200 Joule, ofwel genoeg verlies om 9 liter water van 15 oC, binnen één uur, naar het vriespunt te brengen.

De broeikas-oplossing

Volgens de broeikastheorie wordt dit verlies opgevangen door de zgn. ‘stralingsval’ (zie link). Broeikasgassen absorberen de, door het in zonlicht opgewarmde aardoppervlak uitgezonden infrarode straling, en reflecteren deze straling (‘tegenstraling’) gedeeltelijk weer terug naar beneden. Een en ander wordt geïllustreerd door het onderstaande plaatje:

(door Bas van der Ploeg voor KlimaatHelpdesk.org)

En dan is een toename van het gehalte kooldioxide in de atmosfeer iets om je erg veel zorgen over te maken. Kooldioxide is immers een broeikasgas waardoor meer straling kan worden opgevangen en gereflecteerd. En dit zorgt ervoor dat de temperatuur van de Aarde stijgt.
Berekend kan worden dat een verdubbeling van het gehalte kooldioxide in de atmosfeer een opwarming van 3,4 Joule per seconde per m2 met zich zal brengen.

Nu lijkt dit inderdaad niet al te veel, ook al omdat we nog lang niet bij de verdubbeling van het gehalte CO2 in de atmosfeer zijn aanbeland, deze was (in 1880): 280 ppm, is nu (2023) 417 ppm. Maar de gevolgen van de opwarming zijn, helaas, niet evenredig over de aardkorst verdeeld.

De gevolgen van de opwarming door CO2 zijn immers van groot belang voor de atmosferische circulatie.

In 2016 (ten tijde van het bovenstaande Time-artikel) twijfelde niemand er aan dat de Hadley-cel toeneemt in kracht en dat de polaire jet zwakker wordt. In het eerste geval zullen hierdoor de hogedrukgebieden, die ontstaan door de Hadley cel, sterker worden. Bovendien zal de polaire jetstroom dus afzwakken en meer gaan meanderen, waardoor de verdeling van hoge en lagedrukgebieden (en blokkades die hierdoor worden veroorzaakt) in de wereld, drastisch veranderen.

De consequenties hiervan zijn voor de hand liggend. Er is een toename van opwarming van het klimaat, die wetenschappelijk gezien onweerlegbaar is.

Het is duidelijk dat de bovenstaande opsomming toch een boel vragen oproept.
Op deze webpagina’s (zie vorige blog met diverse links) heb ik uiteen gezet dat er ook een alternatieve verklaring is voor de opwarming, die ook bij de geconstateerde feiten past.

De korte uiteenzetting hiervan gaat als volgt:

De gravitatie theorie

Het probleem van het netto-energieverlies van 157 Joule per seconde per vierkante meter op Aarde, zoals hierboven besproken, kan ook op een andere manier worden opgelost. Een manier die aansluit bij wat we op de andere planeten op ons zonnestelsel ook constateren, nl. dat bij een oplopende atmosferische druk, de temperatuur van de atmosfeer (geheel conform wat verwacht kan worden bij een hydrostatische evenwicht) ook oploopt.

Probleem hierbij is dat de ideale gaswet, die van groot belang is bij een hydrostatisch evenwicht in de atmosfeer, alleen van toepassing is in afgesloten ruimtes, terwijl de atmosfeer van een planeet dat allesbehalve lijkt te zijn.
Maar schijn bedriegt. De tropopauze is een voor de gassen in de troposfeer ondoordringbare hindernis (wat ook blijkt uit het feit dat de samenstelling van de atmosferisch gassen aan beide zijden van de tropopauze verschillend is), waardoor de ideale gaswet voor de troposfeer wél geldt.
De vrije troposfeer wel te verstaan, want aan de onderkant van de troposfeer is nog een stevige hindernis opgeworpen. Er ontstaat een inversie (nagenoeg ondoordringbaar voor stijgende gassen) op de grenslaag waar door de zon opgewarmde lucht, botst met de door de bovenstaande processen opgewarmde gassen. Onder deze grens ligt de de atmosferische menglaag, ook wel Planetary Boudary Layer (PBL) genoemd. Dat is de ruimte waar interactie is tussen de aardoppervlakte en atmosfeer. De menglaag waar ons weer ontstaat en zich doet gelden. 

Consequentie hiervan is natuurlijk wel dat een toename van kooldioxide eigenlijk geen enkele invloed heeft op de temperatuur op Aarde.
Maar onmiskenbaar loopt de wereldgemiddelde temperatuur op. Wanneer CO2 hierin geen rol speelt, welke oorzaak kan hiervoor dan wel worden gevonden, of voor de hieraan gekoppelde veranderende atmosferische circulatie?

Volgens de bovenstaande theorie speelt ‘het weer’ zich dus voornamelijk af in de onderste lagen van de atmosfeer, de PBL.
Boven de PBL vinden bewegingen plaats van hoge- en lagedrukgebieden, die niet in de PBL kunnen dringen. En omdat deze zorgen voor tegengestelde windrichtingen in de PBL (hogedrukgebieden draaien met de klok mee, lagedrukgebieden tegen de klok in), zullen deze drukgebieden elkaar afstoten, om te zorgen voor een continu-dans van de luchtdrukgebieden (fraai te bezichtigen op https://earth.nullschool.net/). Een en ander is in de onderstaande figuur van Stull (2017) nader uitgewerkt:

De ontwikkeling van hoge- en lagedrukgebieden is dan ook afhankelijk van de condities in de PBL. In gebieden met een bepaalde land- of zeeoppervlakte, waar lucht uniform wordt opgewarmd of afgekoeld, ontstaan luchtmassa’s die ten opzichte van elkaar kunnen gaan bewegen.
Omdat de hoogte van de PBL afhankelijk is de luchtdruk en de temperatuur van de onderliggende luchtmassa, zullen deze bewegingen ten opzichte van elkaar ervoor zorgen dat zich grote hoeveelheden opgewarmde lucht (warme lucht stijgt in dit soort gevallen op) buiten de PBL worden geslingerd en hierdoor afkoelen, wat direct voor wolkenvorming gaat zorgen (de zgn. fronten). Wanneer zich in een dergelijk front een golf vormt, kan deze zich vervolgens gaan ontwikkelen tot een zelfstandig lagedrukgebied op de volgende wijze:

Een aparte categorie hierbij zijn de zgn. ‘thermische lagedruk gebieden’ die tijdens hittegolven ontstaan en zich kenmerken door de vorming van een hardnekkige blokkade boven het gebied waar ze ontstaan (zie link).
Maar omdat de ontwikkeling van de allesbepalende luchtmassa’s onder de PBL, dus voor een belangrijk deel wordt bepaald door de wisselwerking met het aardopervlak, zijn veranderingen van het Aardoppervlak ook van groot belang voor de grootschalige atmosferische circulatie.

Juist op het aardoppervlak zelf hebben zich de afgelopen decennia forse veranderingen afgespeeld.

Ruim 70 procent van het land op Aarde wordt gebruikt voor het verbouwen van voedsel voor de mens (landbouw). Maar de wijze waarop voedsel wordt geteeld, is fors geïntensiveerd na de derde landbouw-revolutie, die zich voor een groot deel tussen 1960 en 1980 voornamelijk in de Aziatische landbouw voltrok (de zgn. ‘groene revolutie’). Maar ook op andere plaatsen in de wereld (o.a. het Middellandse Zeegebied en Afrika) werd deze moderne landbouwtechniek geïntroduceerd.

Echter, lang niet alle landbouwgronden bleken geschikt te zijn voor deze intensieve bebouwingswijze (zie link). Een belangrijke waarschuwing hiervoor werd in de jaren dertig van de vorige eeuw afgegeven in ‘the Great Plains’ van de Verenigde Staten. Niet toevallig ook een van de warmste decennia ’s (ook nu nog) ooit gemeten in de V.S.

– Een fraai voorbeeld van oorzaak en gevolg door de huidige klimaatwetenschappers ten aanzien hiervan, wordt bijvoorbeeld gegeven in het artikel van Doat et al. Hier wordt het bijzondere klimaat van de jaren dertig ‘verklaard’ door een min of meer ’toevallig optredende’ opvallend warme Noord Atlantische oceaan, terwijl ook de Noordoostelijke Stille Oceaan veel warmer was dan normaal. Daarnaast was en ook nog een  verandering van atmosferische patronen. –

Het lijdt echter geen twijfel dat het de agrarische roofbouw dé oorzaak voor de klimaat-crisis bij ‘the Great Plains’ was. Wat de onderzoekers dus wél hebben vastgelegd is dat processen op de Aardkorst invloed kunnen hebben op de ‘atmosferische patronen’.

Een groot deel van het land op aarde is volgens de United Nations Convention to Combat Desertification (UNCCD) inmiddels dusdanig verarmd, dat grootschalig land- en natuurherstel nodig zijn, om het tij te keren. Secretaris Ibrahim Thiaw van de UNCCD merkte hierover op tijdens zijn toespraak bij de bijeenkomst in Ivoorkust (2022):
‘De moderne landbouw heeft het aanzien van de planeet meer veranderd dan enige andere menselijke activiteit. We moeten dringend nadenken over onze wereldwijde voedselsystemen, die verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de ontbossing en 70 procent van het zoetwatergebruik. Ze zijn daarnaast de grootste oorzaak van het verlies aan biodiversiteit op het land.’

Volgens de gravitatie-theorie heeft dit alles heeft consequenties voor ‘het klimaat’.

Daar waar de gronden en het klimaat zorgen voor moeilijke landbouw-omstandigheden (semi woestijnen/ steppe landschappen), maar waar toch op een intensieve manier landbouw wordt bedreven, is er een duidelijke aantasting van de landbouwgronden (erosie). Deze erosie is een begin van wat desertificatie wordt genoemd, wat, analoog aan wat er gebeurde in de jaren dertig van de vorige eeuw in Noord-Amerika, een enorme impact heeft op het klimaat van de regio en (wanneer op wereldschaal bedreven) zal zorgen voor een grootschalige klimaatverandering

Een vergelijk

Hoe pakt nu een vergelijk uit tussen beide verklaringswijzen? Toegegeven, de mijne zal (ook) wat gekleurd zijn, maar ik wacht gespannen de resultaten af van andersdenkenden.

De oorzaak

Veel is discutabel bij de broeikas-theorie. De “stralingsval” die zou worden veroorzaakt door broeikasgassen is experimenteel alleen in zeer indirecte vorm aangetoond (nl. door het gegeven dat broeikasgassen in staat zijn om infrarode straling op te nemen). Een direct bewijs voor het bestaan van een stralingsval is nooit gevonden.

Bovendien is stralingsoverdracht ook nog afhankelijk van de temperatuur van de straler en de ontvanger. Er vindt géén energieoverdracht plaats wanneer straler en ontvanger een vergelijkbare lichaamstemperatuur hebben, wat het geval is wanneer de Aardkorst straling uitzendt die door de lagere zones van de atmosfeer opgevangen zou worden (zie link).

De belangrijkste vorm van warmte overdracht in de PBL is dan ook convectie (gemeten is hier 99,6% van het energietransport (zie link)). Slechts 0,4% van het energietransport betreft stralingsoverdracht. Hoe kan zich hier een stralingsval ontwikkelen?

Een laatste maar niet onbelangrijk punt is dat bij de broeikastheorie maar één vorm van energietransport een rol speelt. Maar hoe kan 239 W/m2 een opwarming veroorzaken en in stand houden waarbij 396 W/m2 verloren gaat? De wetten ten aanzien van het behoud van energie worden hier dus met voeten getreden.

De gravitatie-oplossing kent geen van dit soort problemen. Er zijn immers twee bronnen van energie. Stralingsenergie, maar ook de potentiele energie van de gasdeeltjes die worden aangetrokken door de zwaartekracht van de Aarde, en die in kinetische vormen van energie (warmte) wordt omgezet. Alles is prima narekenbaar (zie link) en opvallend genoeg (of juist niet), kunnen dezelfde formules ook worden gebruikt om de opwarming van onze naburige planeten te berekenen.
De bepalende wetten in dit geval zijn natuurkundig gezien onbetwisbaar (ideale gaswet, zwaartekracht, etc.).

De keuze die Occam hier gemaakt zou hebben lijkt mij voor de hand te liggen.

De gevolgen

Hier lijkt de broeikastheorie toch het laatste woord te hebben. Opwarming zou voor veranderingen in de grootschalige atmosferische circulatie kunnen zorgen.

Alleen is dat allemaal nog niet zo duidelijk als dé Wetenschap wel zou willen. Het mooiste is dat te zien bij de wetenschappelijke studies naar de veranderingen van de voor het klimaat (mogelijk) zeer belangrijke Hadley cel. Gesteld wordt dat de toename van de omvang van de Hadley cel een belangrijke consequentie is van de toename van kooldioxide van de atmosfeer. En dat dit als een van de belangrijkste oorzaken van de toename van de opwarming moet worden gezien, zie bijvoorbeeld link, met daarin de volgende kernachtige samenvatting:

  • Hadley-celuitbreiding is een van de meest bevestigde atmosferische reacties op de opwarming van de aarde;
  • De Hadley-cel is sinds de jaren tachtig naar de polen uitgebreid;
  • Menselijke emissies hebben bijgedragen aan de verbreding van Hadley-cellen, vooral op het zuidelijk halfrond;
  • Hadley-celexpansie leidt in de subtropen tot verdroging van het akkerland.

Maar Kim et al. hebben vorig jaar nog in het blad ‘Climate and Atmosferic Science’ (2022): 5:61, laten zien dat de Hadley cel inderdaad intensiveerde met een naar de polen gerichte contractie van de rijzende tak, maar juist verzwakte met een naar de polen gerichte expansie van de dalende tak.

En erger wordt het nog in de uitgebreide studie van Chemke en Yuval dit jaar in het blad Nature (617, p. 529-532). Ze kwamen tot de conclusie dat: “in overeenstemming met de meest recente klimaatmodellen, de Hadley circulatie voor het Noordelijk halfrond al enige decennia aanzienlijk in kracht is afgenomen. Dit ondanks het feit dat re-analyses van de modellen juist een toename van de circulatie laten zien.

Helemaal vervelend wordt dit allemaal nog, wanneer ook de polaire jetstroom helemaal niet doet wat er van hem wordt verwacht. R. van de Born op Weer.nl vat de bevindingen van een onlangs verschenen studie als volgt samen:

“Het leek in meteorologieland een Abc’tje. Doordat de noordpool als gevolg van klimaatverandering sneller opwarmt dan in andere delen van de wereld en dus ook de tropen, nemen de temperatuurverschillen boven de oceanen af. Hierdoor wordt de straalstroom zwakker en komt verder noordelijk te liggen. Verder zouden er meer bochten in moeten trekken en zou het weer vaker geblokkeerd moeten zijn.

De theorie is mooi, maar wordt in een recent verschenen studie voor een deel onderuitgehaald. Onderzoekers van het ECMNWF maakten voor allerlei niveaus in de atmosfeer (tot aan de tropopauze) re-analyses van het weer in de periode tussen maart 1979 en maart 2022. En wat blijkt: in het algemeen, maar op het oostelijke gedeelte van de noordelijke Atlantische Oceaan in het bijzonder, lijkt ‘onze’ polaire straalstroom juist sterker te zijn geworden en ook verder naar het zuiden te zijn gekomen.”

Nu is het sowieso al de vraag hoe de paar W/m2 die de toevoeging van CO2 met zich meebrengt (0,4% van de totale uitstraling van de Aardkorst), voor dergelijke enorme veranderingen van de grootschalige atmosferische circulatie zou kunnen zorgen. Maar het is op zijn minst ‘slordig’ te noemen wanneer de hierin plaatsvindende veranderingen, die vervolgens klimaatverandering zouden veroorzaken, verkeerd zijn gericht of zelfs helemaal niet plaatsvinden.

Bij de gravitatie-theorie ontbreekt de grootschalige atmosferische circulatie als oorzaak, omdat men zich hier richt op veranderingen in het landgebruik, die weer gevolgen hebben voor de positionering van de hoge- en lagedrukgebieden ten opzichte naar elkaar (en dus ook de grootschalige circulatie, zoals o.a. gevonden werd in het bovengenoemde artikel van van Doat et al. ).

Een mooi voorbeeld van dit alles is natuurlijk de situatie in West Europa, waar de klimaatpaniek op zijn hoogtepunt is. In een web-pagina (zie link) heb ik uitgebreid stil gestaan bij de veranderende situatie in Spanje/ het Iberisch schiereiland; maar eigenlijk gelden de veranderingen, tot op zekere hoogte, blijkbaar voor het hele Middellandse zeegebied, volgens het rapport van de Europese rekenkamer uit 2018 (zie link)

Verwoestijning zal duidelijk consequenties hebben voor de positionering van het nabij gelegen Azoren-Hoog en dit heeft weer consequenties voor het weer in heel West Europa.
Je zou dus kunnen spreken van een omkering van oorzaak en gevolg ten opzichte van de ‘broeikas-theorie’.

Voordeel is wel dat het minder moeilijk is om je te vergissen in de aard van het probleem…

Kortom; eigenlijk vind ik dat de boeikastheorie “geknipt en geschoren” is geraakt door deze uiteenzetting. Iets wat natuurlijk mooi past bij de titel van het stuk…

Naschrift 26/7

In de periode na het begin van de industriële revolutie heeft de mensheid ervoor gezorgd dat het gehalte kooldioxide is gestegen van 280 ppm naar 415 ppm (2021). 
Volgens onze berekeningen zorgt een verdubbeling van kooldioxide voor een toename van 3,4 W/m2. Even simpel gerekend zou de huidige toename  van broeikasgassen moeten resulteren tot een toename van 1,6 W/m2. Dat is 0,4% van de totale gemiddelde uitstraling van de Aarde. 
In diezelfde tijd heeft de mens ervoor gezorgd dat inmiddels 70% van het Aardoppervlakte in gebruik is genomen voor voedselproductie. Daarnaast weten we ook dat de manier waarop we voedsel producereen met name na de jaren zeventig enorm is veranderd (gebruik kunstmest, mechanisatie, verbeterde rassen). Een intensivering, ook op enorme oppervlaktes waarvan we weten dat ze gevoelig zijn voor verwoestijning. Juist door de toepassing van dit soort methodes.
We zien dat de verwoestijning en daarmee de (wereld)gemiddelde temperaturen in de laatste jaren fors toenemen.

Het is voor mij dan ook onbegrijpelijk dat ‘dé klimaatwetenschappers’ steeds meer verharden in het standpunt dat een onbeduidende toename van de energie-instraling van de Aardkorst verantwoordelijk moét zijn voor de huidige ‘klimaatcrisis’ (als die al bestaat).

Dit op eenzelfde manier als de Nederlandse overheid blijft beweren dat de ecologische teloorgang van de Nederlandse natuurgebieden moét zijn veroorzaakt door reactief stikstof, terwijl alle signalen er op wijzen dat met name de insectenpopulatie (en de hiervan afhankelijke hogere diersoorten) te lijken te verdwijnen en we ook weten dat het insecticidengebruik in Nederland het hoogste is van Europa.
Nederland is blijven hangen in wat in principe nog steeds de zure-regentheorie is, terwijl deze al honderden keren is weerlegd…

Het doet mijn vertrouwen in de theorie van Thomas Kuhn, als regulerend mechanisme binnen de wetenschapstheorie (spontane paradigma-veranderingen  binnen de vakwetenschappen zelf) niet toenemen…


Geplaatst

in

door

Tags: