Klimaatfilosofie V, (Geen) Discussie?

Deze week heb ik de web-pagina golfstromen (onder Lauwwarmers) geplaatst. Het zal tot verbazing hebben geleid van degenen die mijn website al een poosje volgen, aangezien ik een poos geleden juist had besloten om de pagina hierover te verwijderen omdat mij de rol van de Westenwind-drift wel erg prominent leek. En dat terwijl er juist weer alles leek te veranderen ten aanzien van het zig-zag patroon tussen Noordelijk- en Zuidelijk halfrond.
Juist als je denkt een patroon te hebben ontdekt…

Maar onlangs kreeg ik een resultatenkaart van het Argo-project onder ogen, waaruit bleek dat de theorie van een blokkerende Westenwind-drift in relatie tot de Agulhas-passage wellicht toch niet zo vreemd is, waardoor herplaatsing (na grondige herziening) een logische stap leek.

Het wordt er allemaal niet gemakkelijker op. De zoveelste theorie om klimaatverandering te verklaren, die eigenlijk allemaal waar kunnen zijn. Even kort recapituleren: zonnevlekken (niet mijn favoriet), warmte-eilanden (UHI), veranderend landgebruik door de landbouw, verandering van emissiviteit, overbemesting door fosfaat, vulkaanuitbarstingen, ontbossing, golfstromen, oh en natuurlijk, niet te vergeten, kooldioxide (en ik zal er nog wel een paar hebben vergeten).

Aandacht

Ik sta er gelukkig niet alleen voor. Het IPCC heeft in zijn zesde ‘assessment rapport’, bestaande uit 4 rapporten (2021-2023) die elk duizenden pagina’s dik zijn en voor een belangrijk deel ook weer bestaan uit literatuurverwijzingen, de gevaren van de klimaatverandering proberen uit te leggen en blijkbaar ook (maar ik lees dit alleen in de samenvatting) waarom dit alles veroorzaakt zou moeten zijn door kooldioxide.

Toch lijkt het allemaal niet gelukt te zijn. Zelfs overslaande stemmen van wereldleiders, over het aankomende broeikas-inferno, ten spijt, blijkt dat de klimaatbekommernis in de Verenigde Staten sinds 2021 (dus: voor de publicatie van het 6th AR) flink is gezakt.

Een vergelijkbare ontwikkeling zagen we al in Nederland, waar het met de aandacht voor het klimaat ook niet wil vlotten.
In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft hier het gespecialiseerde bureau Motivaction International B.V. een onderzoek uitgevoerd onder Nederlandse burgers naar hun kennis, houding en gedrag op het gebied van energie en klimaat.

Onder de titel ‘Publieksmonitor Klimaat en Energie’ zien we toch nog enig effect van het IPCC rapport, maar tot een echt grote verandering heeft dit ook niet geleid. Blijkbaar heeft men het hier zelfs niet aangedurfd om alleen ‘het klimaat’ te laten beoordelen.
Te zien is dat de categorie ‘Genieten en plezier maken’ toch aardig wat beter scoort dan de trias ‘Natuur, milieu en klimaat’

Het zijn zorgwekkende trends voor ‘alarmisten’.
Wanneer de interesse verflauwt, betekent dit wellicht ook dat de doemscenarios die door de UN aan de wereld worden verkocht, over de onleefbaarheid van de Aarde op korte termijn, als minder geloofwaardig worden gezien. Iets wat ook betekent dat de verdienmodellen die zijn geënt op deze omslag (elektrisch rijden, andere manier van energie opwekken, vegetarisch eten, etc.) wel eens in gevaar zouden kunnen geraken.

Het publiek

E. Dommering schreef in 2016 een mooi hoofdstuk over de vorming van een publieke opinie en in de geest van dit schrijven mag worden geconstateerd dat er iets niet goed gaat in de manier waarop ‘de massa’ wordt opgevoed tot ‘publiek voor de klimaatverandering’.

Dommering volgt de theorie van Lippmann, wanneer hij stelt dat het inmiddels onmogelijk is geworden om zich buiten de eigen leefkring een feitelijk juiste voorstelling van de onzichtbare, grote en ingewikkelde wereld te vormen.

Het individu beschikt niet meer over de basis-zekerheden die de grote ideologieën/ religies nog konden bieden en in plaats daarvan heeft hij eigenlijk alleen nog stereotypen. Volgens Dommering wordt de wereld door het filter van stereotypen waargenomen, die hem worden aangereikt door de cultuur waarvan hij deel uitmaakt/ waarmee hij zich identificeert:

“In de meeste gevallen zien we iets niet eerst om het dan pas dan te definiëren, maar definiëren we het eerst om het dan pas te zien [vrij naar Johan Cruijff?, EJ]. Uit de veelheid van verwarrende indrukken van de buitenwereld pikken we dát op wat onze cultuur al voor ons heeft gedefinieerd, en we zijn geneigd om dat opgepikte waar te nemen in de vorm die onze cultuur voor ons heeft gestereotypeerd.

Die stereotypen zijn ook een vorm van zelfverdediging van het eenzame lid in de massa. Het geeft hem een referentiekader waar hij de verwarrende wereld in kan passen en bevestigt zijn positie in de maatschappij.
Lippmann stelt: “We voelen ons er thuis. We horen erbij. We zijn leden. We kennen de weg. Het is niet verwonderlijk dat elke verstoring van de stereotypen een aanval op het fundament van het universum lijkt te zijn. En als het om grote dingen gaat zijn we niet gauw bereid een onderscheid te maken tussen óns universum en hét universum.”

Maar in het geval van de broeikas-theorie (wie wil er in hetzelfde kamp zitten als Al Gore?) worden, steeds vaker, de zorgvuldig opgebouwde stereotypen vrij simpel onderuit gehaald.
Wanneer bijvoorbeeld het belangrijkste argument om de broeikas-theorie aan te hangen is dat er een 97% consensus onder wetenschappers zou heersen, maar werkelijk geïnteresseerden (en opinie-makers) al vrij snel op Youtube dit filmpje kunnen vinden, dan doet dit de geloofwaardigheid van de theorie geen goed.

– Sowieso begrijp ik dit consensus-argument niet goed. De aard van deze overweldigende consensus lijkt wat mij betreft teveel op de uitslag van een verkiezing in Rusland of Noord-Korea, om dit werkelijk serieus te kunnen nemen.–

Het lijkt er dan ook op dat de instanties die zich bezig houden met ‘het besturen van de wereld’, op een serieuze manier bezig zijn om volledig verkeerd in te schatten hoe zich de stereotypen vormen, die het doen en laten van de wereldburgers bepalen.

De dubbele bodem van sprookjes

Dommering refereert in zijn lijvige publicatie uit 2026 met voorliefde naar de stereotypen die kunnen worden gevonden in Gulliver’s reizen van Jonathan Swift.

De vreedzame wereld van de Houyhnhnms, vriendelijke paardachtige wezens, wordt hierin afgezet tegen de wereld van de Yahoos, mensachtigen, waar lange bloedige oorlogen woedden, die werden gevoed door verschillen van mening.

De Houyhnhnms bleken over een ‘nobele vorm’ van communicatie te beschikken:
“And I remember in frequent Discourses with my Masterconcerning the nature of Manhood […], having occasion to talk of Lying and false Representation, it was with much Difficulty that he comprehended what I meant (…) for he argued thus; That the Use of Spech was to make us understand one another, and to receive information of Facts; now if any one said ‘the thing which was not’, these Ends were defeated.”

De Yahoos bleken hier anders in elkaar te zitten:
“Difference in Opinions hath cost many Millions of Lives: For instance, whether Flesh be Bread, or Bread be Flesh; whether the juice of a certain berry be Blood of Wine (…) Neither are any Wars so furious and bloody, or of so long Continuance, as those occasioned by Difference in Opinion, especially when in things indifferent.”

Daar konden de Godsdienstoorlogen ten tijde van ‘Gulliver’s reizen’ het mee doen…

Maar er zit natuurlijk wel een adder onder het gras, zoals Dommering in zijn slotoverwegingen ook constateert:
“Je kunt de gelijkenis van de Houyhnhnms en de Yahoos op twee manieren uitleggen:
De ene manier is dat internet ons de weg naar de waarheid en alle kennis heeft geopend, maar er zijn teveel Yahoos op het www om die versie voor erg aannemelijk te houden. De andere uitleg is dat de vreedzame paardensamenleving eigenlijk een totalitaire samenleving is.”

En dat geeft te denken. Een vriendelijke organisatie die het beste met de wereld voorheeft, zoals het IPCC, zien als onderdeel van een totalitaire samenleving?

Dat gaat natuurlijk te ver, maar ik ben er van overtuigd dat het niet helpt om alle klimaatwetenschappers van de wereld in één publicatie te laten schrijven over hun specialisme, daar vervolgens een kafje omheen te doen, en dit alles vervolgens samen te vatten op een manier die op geen enkele wijze valt te herleiden uit datgene wat door de specialisten is geschreven?

Misschien heeft de Duitse psychoanalist E. Fromm, ten aanzien van de wijze waarop klimaatwetenschap bedreven wordt, in 1941 al een belangrijke boodschap geschreven:
“Er overheerst een hardnekkig vooroordeel, dat men door meer en meer feiten te kennen, tot een kennis der werkelijkheid zou kunnen komen.
Honderden verspreidde en onverbonden feiten worden in de hoofden der studenten gepompt; tijd en energie worden zodanig door het inprenten van steeds meer feiten in beslag genomen, dat weinig tijd overblijft voor het eigenlijke denken. Natuurlijk blijft een denken zonder kennis van de feiten een leeg en fictief speculeren, maar “informatie” alleen kan een even grote hinderpaal zijn voor het denken, als het ontbreken ervan. (…)
De feiten verliezen aan hun specifieke kwaliteit, die zij alleen als delen van een samenhangend geheel kunnen bezitten, en hierdoor houden we alleen een abstracte, kwantitatieve kennis over. Ieder feit is slechts “weer een ander feit” en het komt er voor ons alleen op aan, of wij weinig of veel feiten kennen. (…)
In de naam der “vrijheid” verliest het hele leven zijn structuur en samenhang, om voortaan te bestaan uit ontelbare kleine splinters, ieder stukje van zijn geheel gescheiden en zonder enige betekenis en zin als geheel. Met deze stukjes wordt de mens alleen gelaten, zoals een kind met zijn puzzel.
Maar met dit verschil hierbij, dat het kind weet wat de voorstelling op de puzzelstukjes moet worden, en bijgevolg ook de deeltjes van dit geheel bij elkaar kan combineren, terwijl aan de volwassene de zin van het geheel ontgaat, waarvan hij de stukjes in handen heeft.”

Het grote verschil tussen kennis en stereotypen ligt dan ook bij de samenhang van de feiten, en dit maakt dat de analyse van Dommering en  Lippmann bij uitstek van toepassing is op de klimaatwetenschappen.

Er mag overigens geen enkel misverstand over bestaan dat het mij uiterst zinvol lijkt om ten aanzien van de klimaatwetenschappen aan waarheidsvinding te doen.
Maar dan niet vanuit de gedachte (stereotype) dat deze waarheid al lang is gevonden (klimaatverandering door CO2) en de rest van al het geschrevene alleen maar dient ter ondersteuning van dit stereotype, ook al blijkt uit de feiten een heel ander verhaal.


Geplaatst

in

door

Tags: