Over de stikstof-tunnelvisie

Jaap Hanekamp maakt zich in zijn blog van 5 december boos over de blog van Sander Turnhout die zich op Nature Today weer boos heeft gemaakt over de studie van Ronald Meesters over stikstof.

Als je boos bent kunnen mensen soms dingen zeggen waarover het goed is om toch even wat dieper na te denken. En ik moet eerlijk zeggen dat ik ook moeite had met het tot het einde doorlezen van het stukje van dr. S. Turnhout, strategisch adviseur van SoortenNL en Radboud Healthy Landscape.
Ik zit dus (niet verrassend)  in het kamp van Hanekamp (om het in gangbare ‘wie-is-de-mol termen’ uit te drukken), maar wil de discussie graag nog iets breder doortrekken. Het gebeurt immers niet vaak dat een ‘stikstofdeskundige’ zijn nek uitsteekt en wat dat betreft had ik de vorige blog al geluk, maar nu dus alweer.

Het is natuurlijk helemaal niet erg om met iemand van mening te verschillen, maar de achterdochtige paranoia waarmee dr. Turnhout zijn artikel doorspekt, vind ik moeilijk te plaatsen. Enkele voorbeelden?
“Op 10 december debatteert de Kamer opnieuw over stikstof, mest en natuur. Om het totale falen van het kabinet te verhullen, zien we rondom debatten steeds vaker vreemde nieuwsberichten, dubieuze onderzoeken of gekke reclamefilmpjes opduiken.”;

“Wat ontbreekt, is door wie de uitkomsten gebruikt worden – en waarvoor precies. Er is discussie over waar Aerius wel of niet voor gebruikt kan worden. Maar dat de uitkomsten gebruikt worden voor doeleinden waar het model niet precies genoeg voor is, is niet bedacht door ecologen of de Ecologische Autoriteit. Het is het resultaat van bewust politieke domheid van de landbouwlobby. De context doet ertoe.”

“Het vastgelopen landbouwbeleid had, na het falen van het toetsingskader ammoniak, ernstig de behoefte aan een model dat ontwikkelruimte kon beloven, die er feitelijk niet was. Niet alleen kritische ecologen, maar ook bestuurskundigen en juristen waarschuwden er scherp voor. Maar onder andere op voorspraak van de huidige voorzitter van de LTO werd het model ingevoerd. Nu het model ook gaat beperken, deugt het ineens niet meer. Ja, dank je de koekoek. Dit probleem wordt niet veroorzaakt door het wereldbeeld van de Ecologische Autoriteit, of door het feit dat ecologen werken met statistische significantie, het wordt veroorzaakt door een intensieve lobby, die de politiek keer op keer overtuigt van ‘foplossingen’.”

“Waar komt deze koekenbakkerij vandaan? Het treurige antwoord is: vanuit het kabinet. Nadat het beleid om zeep geholpen was en de financiële middelen waren weggegeven, werd duidelijk dat ook de problemen nog weggetoverd moesten worden. De vooringenomenheid van Meester is dezelfde vooringenomenheid waar de bewindspersonen van de BBB last van hebben.”

“Behalve niet correct falsificeren, zie je in veel gemankeerde discussies over (on)zekerheden veel misbruik van twijfel. Twijfel leidt dan niet tot verbeterde zekerheid, maar zekerheid wordt omgezet in twijfel. Het is van belang dat veel van de discussies over metingen en modellen niet worden gevoerd op een wetenschappelijk podium maar op internetfora en in agromedia, waar wetenschappelijke spelregels over falsificatie en rectificatie – maar ook over correct gebruik van bronnen en recht doen aan context – niet worden gehandhaafd. Flauwekul staat in een context van verwarring en propaganda, zoals data staan in een context van argumentatie en analyse.”

“Wat het rapport van Meester laat zien, is dat de landbouw niet meer genoeg heeft aan de gebruikelijke ‘cherry-picking’ in de lobby, maar dat ze nu zijn overgestapt naar full scale nonsens.”

“Het probleem is niet zozeer dat het inhoudelijk niet deugt wat de door Bruil terecht als ‘charlatan’ betitelde mensen te berde brengen, maar het probleem is dat de nonsens van zo’n ordegrootte is dat een inhoudelijke discussie onmogelijk wordt. Dat lijkt het doel te zijn: aandacht afleiden van reële problemen die de landbouw veroorzaakt en die afgewenteld worden op de burgers en boeren.”

“De context bij de foprapporten en non-discussies op agromedia is het zonder voorwaarden of garanties overhevelen van grote sommen publiek geld in de richting van een handjevol bedrijven. In die zin hebben het rapport van Meester en het voorstel van LTO en IPO met elkaar te maken.”

En Dr. Turnhout probeert dus, naar eigen zeggen, een kwaliteitsdiscussie voor elkaar te krijgen. Je kan uit het bovenstaande natuurlijk alwel zien dat hij in prachtige volzinnen best openstaat voor argumenten waar hij het niet mee eens is, de zgn. ‘foplossingen’: “Twijfel leidt niet tot verbeterde zekerheid, maar zekerheid wordt omgezet in twijfel.” 
Dat kunnen we natuurlijk niet laten gebeuren. Hierbij is van belang dat het meest stekelige argument van Meesters meteen de prullenbak in kan wat Dr. Turnhout betreft, die had namelijk opgeschreven:

“Voor alle duidelijkheid, stikstofdepositie wordt niet zélf gemeten. Er wordt veel beweerd over stikstof, maar er is vrijwel geen enkele kwantitatieve claim die daadwerkelijk controleerbaar is.”

Turnhout is het er niet mee eens:

“We meten ons in Nederland een ongeluk. Er zijn verschillende metingen en herhaalmetingen van stikstofdepositie en ook de effecten van stikstofdepositie worden op allerlei manieren gemeten. Daarnaast zijn er honderden veldonderzoeken en laboratoriumexperimenten uitgevoerd omtrent de negatieve effecten van stikstof, in binnen- en buitenland. Daar wordt niet uit geciteerd, laat staan dat er bestaande inzichten uit al die onderzoeken – op correcte wijze – gefalsificeerd worden.”

Is dat zo?

We meten ons inderdaad een ongeluk, maar misschien juist niet de meest relevante zaken. In dit geval was de stelling van Meesters: “Stikstofdepositie zélf wordt niet gemeten” en dat is niet zo voor de zgn. ‘natte depositie’, dat is niet zo moeilijk, vang het regenwater op en meet het gehalte stikstofverbindingen (ammonium en nitraat).

Voor droge depositie hebben we een heel ander verhaal. Dit wordt met behulp van zgn. COTAG-masten gemeten. Het RIVM verklaart (zie link): “Bovenop de COTAG-mast staat een windmeter. Deze meet de turbulentie in de lucht. Twee kasten die aan de mast hangen meten op twee hoogten hoeveel ammoniak er in de lucht zit (concentratie). Met deze meetgegevens berekent het RIVM hoeveel ammoniak er direct uit de lucht in de natuur terechtkomt.”

Nee, stikstofdepositie zelf wordt dus inderdaad niet gemeten, maar afgeleid uit hetgeen meetbaar is, maar deze data zijn ook weer multi-interpretabel, helaas. Voor degenen die hier meer van willen weten wil ik graag naar deze webpagina verwijzen. En ja, dan heeft Meesters dus wel het gelijk aan zijn kant.

En hoe zit het dan met de “honderden veldonderzoeken en laboratoriumexperimenten uitgevoerd omtrent de negatieve effecten van stikstof, in binnen- en buitenland.”?

Hiervoor kunt u deze blog bekijken. Deze “honderden onderzoeken en experimenten” bestaan helaas alleen in het hoofd van Dr. Turnhout. Ik verwijs even naar de woorden van professor Mark Sutton (2020) uit deze blog:

“Over recent decades ammonia (NH3) has often seemed like the Cinderella of air pollution, as it has been given much less attention than other pollutants, such as sulfur dioxide (SO2), nitrogen oxides (NOx), ozone (O3) and particulate matter (PM). In the 1980s, research focused on ‘acid rain’, especially in the light of SO2 and NOx emissions with only a few researchers at that time examining the possible effects of NH3 and ammonium (NH4 +) on the environment, including threats to soils, biodiversity and forest health. The same can be said for European air pollution policy, with successive international protocols on SO2 and NOx emissions, preceding the multi-pollutant, multi-effect Gothenburg Protocol, which included NH3 for the first time. Even then, the commitments for NH3 were much less ambitious than for other air pollutants, requiring that little action be taken by most countries.”

Maar ook de blogs over het wel en wee van Roland Bobbink op deze site, zijn in dit kader het lezen waard.

Het buitenland

Het buitenland is simpelweg helemaal niet geïnteresseerd in stikstofdepositie en dat heeft ook een goede reden. Het leidt geen twijfel dat er zoiets bestaat als ‘vermesting’. Er zijn natuurgebieden overbemest geraakt in de afgelopen decennia, waarbij planten die houden van veel groeistoffen/ bemesting in een voordelige concurrentiepositie zijn geraakt ten opzichte van planten die het ook goed doen in hele armoedige omstandigheden. En juist die plantjes willen we hebben.

Maar de logische stap is, wanneer we een beeld willen hebben van de problematiek van vermesting, om te kijken of er inderdaad veel meststoffen in de bodem zitten en die op deze manier het ecosysteem beïnvloeden. Nu is dat voor fosfaat bijvoorbeeld vrij simpel te doen. Stikstof is veel lastiger te bepalen. Dan moet je dus een beeld hebben van de minerale stikstof (Nmin) in de bouwvoor (waar de planten wortelen) en van de beschikbaarheid van het gebonden stikstof in de organische stof van de bodem. Uitgedrukt in het C/N getal. Gemakkelijke handreiking: ongeveer 50% van de organische stof is koolstof en C/N geeft dus aan hoeveel stikstof (N) beschikbaar is per hoeveelheid koolstof (C ).

In een recent rapport van Henri Prins (september 2025) over (onder meer) de bodemkwaliteit van de Veluwe, waar de stikstofproblematiek volgens de rapporten van de Ecologische Autoriteit (EA) zo ongeveer op zijn ergst is, constateert hij dat juist fosfaat is vaak de limiterende voedingsstof in schrale ecosystemen en ziet hij in de verruigde gronden (waar stikstof voor verantwoordelijk wordt gehouden) hoge fosfaatgehaltes in de bodem en maar zelden stikstofproblemen.

Maar hoe is dat mogelijk wanneer de EA in april van dit jaar nog stelt dat de Veluwe, het grootste aaneengesloten stikstofgevoelige natuurgebied van Nederland, zwaar lijdt onder stikstof, verdroging en verzuring (zie link)?

Nu, het antwoord is dus best simpel te geven: De AE kijkt helemaal niet naar de bodem, want dat wordt erg ingewikkeld gevonden (zie vorige blog).

In een blog van Arjan Reijneveld laat hij zijn verbazing hierover (al in 2021) blijken:

“Bos- en natuurgrond wordt niet tot nauwelijks geanalyseerd. Feitelijk weten we dus niet of de bodemvruchtbaarheid in bos- en natuurgebieden het mogelijk maakt om gestelde natuurdoelen te behalen. Terwijl rekenmodellen de één na de andere uitkomst opleveren waarop beleidsdocumenten worden gebaseerd. Op z’n minst opmerkelijk!

Ook demissionair minister Carola Schouten komt in een schriftelijke beantwoording van kamervragen tot de conclusie dat de hoeveelheid analysedata uit bos- en natuurgebieden uiterst mager is. In “Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden” nummer 3932 komt naar voren (vraag 9/10) dat er geen databank is waaruit blijkt in welke natuurgebieden de afgelopen dertig jaar regelmatig bodemonderzoeken zijn gedaan. Daarom ben ik zelf in onze databank gedoken; om het maatschappelijk debat met feiten te voeden.

<1% analyses van natuur/bosgrond

In de meer dan 90 jaar routinematig grondonderzoek in Nederland zijn heel veel analyses van landbouwgrond gedaan, maar van bos- en natuurgrond zijn de aantallen bescheidener; 99% van ons onderzoek is landbouwgrond en <1% gaat om bos-en natuurgronden. Het aantal bodemmonsters waarin minerale-stikstof  en – zwavel is bepaald in bos- en natuurgrond, is zowaar nog geringer, terwijl deze twee paramaters toch een duidelijke relatie hebben met natuurdoelen zoals biodiversiteit en verschraling.

Beleid baseren op rekenmodellen kan werken, maar ‘echte’ cijfers hebben – zeker gezien de enorme maatschappelijke belangen die er aan gekoppeld zijn ook best wel zeggingskracht.”

We meten ons een ongeluk, maar dus juist niet de zaken die we eigenlijk moeten meten, om iets met zekerheid te kunnen zeggen over de invloed van stikstofdepositie op ecosystemen.
Maar ja, in de tunnelvisie van Dr. Turnhout bestaan deze dingetjes helemaal niet, en hij is tenslotte strategisch adviseur van SoortenNL en Radboud Healthy Landscape. En hij zegt het zelf: “het probleem is dat de nonsens van zo’n ordegrootte is, dat een inhoudelijke discussie onmogelijk wordt”.

Een nonsens die al in de jaren tachtig met ‘de zure regen’ begonnen is, lijkt inderdaad niet meer te stoppen door argumenten.


Geplaatst

in

door

Tags: