In het boek van Joris Luytendijk “Dit kan niet waar zijn”, over de bankencrisis in 2008, begint hij met een gesprek wat hij had met een collega, tijdens een conferentie over journalistieke innovatie: “het ging over de vraag waarom mensen zo weinig belangstelling tonen voor onderwerpen die hun eigen belang direct raken. In veel talen zijn die woorden verwant, en het Engels heeft er zelfs hetzelfde woord voor: interest.”
Om in dezelfde sfeer te blijven; zeker een interessante vraag. De oplossing die Luytendijk vindt, ligt voor de hand: “Zou het zo kunnen zijn dat veel onderwerpen zo ingewikkeld geworden zijn dat het nieuws erover alleen voor insiders te volgen is?”
Maar ja, waarom is dat? Zonder al uitvoerig op deze kwestie te willen inzoomen; het lijkt me dat deze oorzaak samenhangt met de maatschappelijke ontwikkelingen sinds de jaren zestig, waarbij schaalvergroting en individualisering steeds belangrijker zijn geworden, waardoor ‘de intermediaire structuren’, zoals omschreven door Van Gennip (1989), zijn verdwenen. En daarmee ook de burgerlijke maatschappij, die, met al haar tekortkomingen, wél de uitwisseling van ideeën van haar leden mogelijk maakte.
Het individualisme heeft een andere oplossing gevonden voor het omgaan met problemen: specialisatie. Kennis is macht geworden en hoe belangrijker jouw specialisme is, des te belangrijker jouw maatschappelijke positie. En dus; hoe onbegrijpelijker, hoe beter.
Waarom zou je als leek de achtergronden van de bankencrisis gaan bestuderen; kun je er ook maar iets aan doen, gezeten achter je laptop? Ga je zien welke economische wetten de hooggeleerde afgestudeerden en professoren van de Harvard, MIT, Princeton, Parijs, Oxford en Cambridge over het hoofd hebben gezien?
Ik vrees dat eenzelfde schuchterheid, de discussie (die toch echt wel eens gevoerd zou mogen worden) over stikstof nu al jaren blokkeert. De feiten en specialistische deskundigen, die geleverd worden door de Wageningse Universiteit, lijken onwankelbaar en onaangevochten.
In deze blog wil ik graag de gedachte uitwerken dat juist deze specialisten- benadering niet alleen oorzaak was voor een probleem als de bankencrisis in 2008, maar ook verantwoordelijk gehouden kan worden voor de stikstofcrisis in Nederland anno nu.
De kwestie
Enkele maanden geleden schreef ik een blog over het vernietigende commentaar van de stikstofprofessor J.W. Erisman op de schrijfsels van Wouter de Heij. Hij liet weinig heel van de ideeën van De Heij, bekend van Foodlog en van zijn eigen website Stikstofinfo.net.
De Heij liet het er niet bij zitten, zo bleek vorige maand, en hij schreef, samen met ‘de andere stikstofprofessor’ Wim de Vries (o.a. bekend van mijn andere blog) en samen met andere stikstof- zwaargewichten als o.a : Gerard H. Ros, Chris Backes en Han van Dobben, een rapport onder de vlag van de Universiteit van Wageningen. Het heet (heel hoopgevend) “De Nederlandse stikstofcrisis Van verwarring naar verbinding”.
Stikstofinfo.net is (niet verrassend) heel enthousiast:
“WAGENINGEN – Een nieuw, onafhankelijk rapport van de hoofdauteurs Gerard Ros, Wouter de Heij en Wim de Vries, biedt een integrale visie om de Nederlandse stikstofcrisis te doorbreken. Het rapport, getiteld ‘De Nederlandse stikstofcrisis: Van verwarring naar verbinding’, is op eigen initiatief en zonder opdrachtgever geschreven en presenteert een concrete, wetenschappelijk onderbouwde weg vooruit.
Met trots op deze unieke samenwerking presenteren de auteurs een analyse die de huidige, vastgelopen situatie ontstijgt. Hun centrale boodschap: de crisis is een direct gevolg van het onterecht aan elkaar knopen van drie fundamenteel verschillende problemen. De oplossing ligt in het ontwarren van deze bestuurlijke en juridische ‘Gordiaanse knoop’ en het kiezen voor een integrale aanpak die recht doet aan de complexiteit van de werkelijkheid.
“Het is tijd om te erkennen dat natuur meer is dan alleen stikstof,” aldus de hoofdauteurs. “De huidige aanpak heeft een Gordiaanse knoop gecreëerd die innovatie en ontwikkeling verlamt. Die knoop moet en kán snel worden doorgehakt. Met dit rapport reiken we, met al onze kennis en visie, een integrale aanpak aan die perspectief biedt voor zowel de natuur, de landbouw als de samenleving.”
Ook de politieke partij BBB heeft, namens lijsttrekker Van der Plas, veel mooie woorden voor het rapport (zie link), enigszins verrassend wat mij betreft, omdat in het rapport nogal wat zaken staan die voor de achterban tot voor kort (en waarschijnlijk ook nu nog) niet of nauwelijks bespreekbaar waren.
Wat biedt dit rapport dan concreet voor een nieuwe inzichten?
En eerlijk gezegd is dat nogal mager. Volgens het rapport zou de stikstofcrisis zijn veroorzaakt door het aan elkaar knopen van drie kernproblemen:
- Het Milieukundige Probleem: De noodzaak om de uitstoot van stikstofverbindingen (ammoniak, stikstofoxiden, nitraat, lachgas) structureel te verlagen voor natuur, water, luchtkwaliteit en klimaat.
- Het Ecologische Probleem: De schade aan natuurgebieden door decennialange stikstofdepositie, verdroging en achterstallig beheer, wat vraagt om gerichte herstelmaatregelen in de natuurgebieden zelf.
- Het Beleidsmatige Probleem: Een vastgelopen vergunningverlening door een ingewikkelde juridische verknoping van berekende depositie en mogelijke effecten op natuur, wat innovatie en ontwikkeling in de landbouw, bouw en industrie blokkeert.
Hoe dat ‘in elkaar knopen’ dan precies in zijn werk is gegaan en wat daarvan de consequenties zijn, zie ik eerlijk gezegd niet terug in het rapport, maar vervolgens wordt wél weer gepleit voor een transitie van het huidige, (te) complexe depositiebeleid naar een robuust en gebiedsgericht emissiebeleid.
Maar daarnaast moet er volgens de schrijvers ook een effectieve aanpak komen van het ecologische probleem, met ambitieuze beheerplannen voor elk Natura 2000-gebied, gericht op actieve herstelmaatregelen.
En dus…
Ik ben eigenlijk best wel nieuwsgierig naar de effecten van dit rapport, want eigenlijk snap ik er weinig van.
In het rapport wordt immers in hoofdstuk na hoofdstuk uiteen gezet hoe ernstig de problemen zijn die stikstof veroorzaakt ten aanzien van onze kwetsbare natuur. En niet alleen dat, ook water, luchtkwaliteit en klimaat zijn volgens het rapport de dupe van de reactieve stikstofverbindingen.
Zonder enige kritisch noot wordt opgeschreven wat dan wel de desastreuze effecten van die stikstof zijn voor natuur, klimaat en menselijke gezondheid. De oplossing hiervoor dient, volgens het rapport, eigenlijk alleen bij de landbouw gezocht te worden:
“Uit de vele publicaties en beleidsbrieven over doelsturing op emissies blijkt dat die sturing op meerdere niveaus moet plaatsvinden: landelijk uniform met uitgangspunten en sectorale reductiedoelen, provinciaal met beleid voor stalvernieuwing en emissiereductie, per Natura 2000-gebied met maatwerk op de grootte van de emissiearme zone en op de beschikbare milieugebruiksruimte voor emissies die in de nabijheid plaatsvinden, plus maatwerk op het boerenbedrijf waarbij boeren aangeven met welke maatregelen zij bijdragen aan de gestelde doelen…
Voor de agrarische ondernemer is dit een haalbare aanpak met perspectief op vooruitgang [?]. Een boer die zijn stikstofbenutting verbetert en daarmee verliezen reduceert, werkt tegelijkertijd aan een robuuster en economisch veerkrachtiger bedrijfssysteem. Recente studies van Wageningen hebben laten zien dat via een combinatie van maatregelen het mogelijk is om een substantiële emissiereductie te realiseren (Ros et al. 2025a, 2005b) als ook de waterkwaliteit te verbeteren. De onderneming kan zodoende op duurzame wijze worden voortgezet op de bestaande locatie, mits de activiteiten niet plaatsvinden in een beperkingengebied van een zone om een Natura 2000-gebied of nabij water…
Hoewel het potentieel om de uitstoot terug te dringen aanzienlijk is, zullen er bij emissiearme vormen van veehouderij en akkerbouw toch restemissies van stikstof en broeikasgassen blijven bestaan. Als deze restemissies groter zijn dan de beschikbare (regionale) emissie ruimte, is een herziening van de landbouwstructuur nodig inclusief aanpassing van productievolumes. Gegeven de gewenste samenhang tussen landbouw, natuur, water en klimaat moet deze herziening van de landbouw structuur zeker onderdeel zijn van de oplossing om stikstofemissies ter verminderen…
De Nederlandse landbouw heeft de afgelopen decennia al aanzienlijke emissiereducties gerealiseerd en er is aantoonbaar potentieel tot verdergaande reducties, maar het potentieel verschilt per sector als ook het bijbehorende tijdspad om deze reductie te realiseren. Op basis van dit potentieel kan de gewenste sectorale emissiereductie worden vastgesteld, met een haalbaar tijdpad, waarmee gestuurd wordt op het doel om totale emissie uit de landbouw minstens te halveren ten opzichte van 2019 (De Vries & Ros, 2025).”
Tsja, zo kan ik het ook. Na het eindeloos herhalen van de ‘Nederlandse stikstofconsensus’, gaan stellen dat de stikstofemissie gehalveerd moet worden (waarom gehalveerd, waarom geen 75%, 90% of 10%) en dan beweren dat je het ei van Columbus hebt gevonden.
En wat is dan bereikt? Ook dat valt nogal tegen, ook volgens het rapport:
“Een hardnekkig misverstand in wetgeving en rechtspraak is de aanname dat reductie van depositie in de richting van een KDW op afzienbare termijn (d.w.z. binnen 5 jaar; 2030) bijdraagt aan natuurherstel. Dit doel heeft het rijk zichzelf opgelegd, in de vorm van een omgevingswaarde die een percentage van het areaal van de Natura 2000-gebieden onder de KDW vereist (artikel 2.15a Omgevingswet). In werkelijkheid is de relatie tussen depositiereductie onder de KDW en natuurherstel langzaam en complex en kan die per Natura 2000-gebied verschillen (Wamelink et al., 2021).”
Nader uitgewerkt is dit in paragraaf 3.4 van dit rapport:
“Een van de misverstanden in het stikstofdebat is de aanname dat depositiereductie leidt tot spoedig natuurherstel. Hoewel het verlagen van de stikstofdepositie op de lange termijn (> 10 jaar) een positief effect zal hebben op de condities voor de natuur, zal dit op korte termijn niet of nauwelijks het geval zijn. Dit komt door de ‘erfenis’ aan stikstof die over de afgelopen decennia in de bodem is opgebouwd. Deze erfenis bepaalt in belangrijke mate de effecten op de natuur. Zoals voortdurende opeenhoping van stikstof in de natuur op termijn negatieve gevolgen heeft voor het ecosysteem (‘damage delay times’) laat omgekeerd het effect van een lagere stikstofdepositie ook lange tijd op zich wachten. In dit kader spreekt de wetenschappelijke literatuur ook wel over ‘recovery delay times’ (De Vries et al., 2015; Posch et al., 2015). Wel profiteert op termijn alle natuur van een verlaging van de ‘stikstofdeken’ door een (generieke) verlaging van de emissie per gebied.”
Positief gezien zou je kunnen stellen dat men in Wageningen ook heeft ingezien dat er nu dus helemaal geen effect te verwachten is van stikstofreductie voor de natuur. En met een wat kritischer blik: waarop is de verwachting gebaseerd dat op de langere termijn wel effect zou hebben?
In mijn vorige blog over dit onderwerp heb ik erop gewezen dat “het consortium” van het Planbureau voor de leefomgeving, aangevuld met wetenschappers van het WUR en RIVM ondanks een driejarige studie helemaal niets positiefs te vertellen had over effecten die enkele decennia van stikstofbeleid, met een halvering van de stikstof-emissies tot gevolg.
Waarom zou tien jaar langer stikstofbeleid, of honderd jaar wat mij betreft, met nog een keer een halvering van de emissies, dan uiteindelijk wel zou leiden tot een herleving van de natuur, die Jac. P. Thijsse zo mooi heeft beschreven in de Verkade albums begin vorige eeuw?
Is het niet zo dat een overschrijding van de KDW (als die al bestaat, waarover meer in deel II) een kans op een significant effect geeft, maar omgekeerd weten we toch helemaal niets? Geeft een depositie lager dan de KDW een kans op een significant effect, maar dan in de ‘goede richting’, van meer biodiversiteit?
Waar zijn de proeven die dat aantonen? Of liever, waar zijn de natuurgebieden die opleefden toen een nabijgelegen boerderij was uitgekocht, met het oog op natuurherstel?
Het consortium van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft in drie jaar tijd helemaal niets gevonden. Dat zegt toch wel iets?