Klimaatfilosofie, deel 1

Het is een vak wat al schijnt te bestaan. Van maandag 6 t/m vrijdag 10 mei 2024 levert de internationale school voor wijsbegeerte (ISVW) een cursus voor degenen die meer willen weten over klimaatfilosofie. De scope van het vak wordt als volgt beschreven:

“We leven in het antropoceen: het klimatologische tijdperk waarin de mens het klimaat en de omstandigheden van het leven op aarde bepaalt. Maar dat we het klimaat bepalen, wil zeker niet zeggen dat we de zaak onder controle hebben. Sterker nog: de zaak loopt gruwelijk uit de hand. Als we zo doorgaan, hebben we binnen afzienbare tijd het klimaat op aarde onleefbaar gemaakt voor onszelf en miljoenen andere soorten. Wat nu? Kunnen filosofen perspectief bieden in deze crisis?

Kunnen we hopen op een overgang naar het symbioceen, een tijdperk van symbiose tussen mens en natuur? Of moeten we onze eigen uitsterfelijkheid onder ogen gaan zien?”

Het ISVW heeft een aantal prominente alarmistische wetenschappers en filosofen uitgenodigd die ten aanzien van deze stellingen enige verdieping bieden. Onder meer:

“Wouter Kusters neemt onder de loep wat er gebeurt met onze houding en onze emoties als we de ramp die de klimaatcrisis is daadwerkelijk tot ons laten doordringen. Als we onze uitsterfelijkheid onder ogen zien, betoogt Lisa Doeland, pas dan kunnen we ons écht tot de klimaatcrisis verhouden. Dergelijk catastrofaal denken is nodig, betoogt Mark Leegsma, om het probleem van de klimaatcrisis helder in het vizier te krijgen.”, etc.

Eigenlijk lijkt dit meer op een cursus in het bedwingen van klimaatangst dan op ‘echt filosoferen’. Kan dat ook anders?
Op de website van OMG (Other-Me-God) wordt uiteraard een meer religieuze stellingname ingenomen, maar wordt toch maar de filosoof Plato naar voren geschoven als profeet voor deze crisis:

(foto: pixabay)

Enkele stellingen die hier te vinden zijn:
“Volgens rekenmodellen stevenen we af op een gemiddelde temperatuurstijging van 4 graden aan het einde van deze eeuw. Dit heeft desastreuze gevolgen voor aarde en mensheid. Toch geven we toe aan onze begeertes, omdat het verlangen naar die nieuwe televisie, elke dag een stukje vlees en die goedkope zonvakantie groter is dan ons gezonde verstand.
De mens lijkt gevangen te zitten tussen Scylla en Charybdis, zoals Homerus schreef in de Odyssee en The Police zongen in Wrapped Around Your Finger. Juist op dit punt schiet de filosoof Plato ons te hulp. Deze filosoof zegt dat er nog een derde speler betrokken is bij het conflict tussen verstand en begeerte. Dat is onze thumos, meestal vertaald als geest of bezieling. Thumos is de passie die in ons zetelt, de drive en het enthousiasme voor de goede zaak. Het is het doorzettingsvermogen om te zoeken naar oplossingen voor ogenschijnlijk onoplosbare problemen. Zoals Plato zelf schreef in De Staat gebruikt de ware mens zijn thumos als hij ‘vasthoudt aan de bevelen van de rede over wat hij wel en niet zou moeten doen, ondanks het plezier of de pijn’. (…)
In het boek ‘Plato Tackles Climate Change’ laat Matthew Pye precies zien hoe de oude Griekse wijsgeer ons uit deze klimaatcrisis zou hebben geleid. In de eerste plaats zou hij ons hebben voorgehouden dat we snel rationele wetten moeten maken. Wetten die een verdere uitstoot van broeikasgassen en het uitputten van de aarde verbieden. Hij zou ons ook duidelijk hebben gemaakt dat veel mensen deze wetten zullen ervaren als een beperking van hun vrijheid om naar hartenlust te consumeren, en dat politici en media dit gevoel zullen aanwakkeren.
Om fake nieuws, weifelachtige bestuurders en klimaatsceptici buitenspel te zetten zijn hoofd en hart niet voldoende, zou Plato ons hebben ingeprent. We moeten onze thumos aanspreken en vertrouwen op de moed, bezieling en passie van jongeren, ouders en grootouders die de politiek dwingen deze prachtige wereld met zijn biodiversiteit te redden en ons ongebreidelde consumentisme te vervangen door een cultuur waarin meer duurzame waarden, gemeenschap en natuur centraal staan.”
Tsja, dat gaat dus weer veel over oude bekende christelijke thema’s zoals zondebesef en klimaatrampen als door God gezonden straf. Modern verpakte religieuze zwaarmoedigheid, maar nee, ik geloof niet dat Plato daarmee zou beginnen.

Climate The Movie

Vorige week ging de film van Martin Durkin in premiere. Gratis te zien op o.a. de link die Wattsupwiththat beschikbaar stelt.

Het is een fraaie film waarin een aantal prominente klimaat-realisten (of: ‘ontkenners’) aan het woord wordt gelaten. Iets wat onmiddellijk de aandacht van de in Nederland welbekende wetenschapsjournalist (en alarmist) Maarten Keulemans heeft getrokken. En zijn kritiek is niet mals. Op X (Twitter) schreef hij voor zijn internationale volgers:
“ I’m a Dutch science journalist, and I watched @climatethemovie. It’s full of crap. Here’s my step-by-step walkthrough, translated by popular request! Enjoy the ride! ”
Dit wederom trok de aandacht van de ook zeer bekende Marcel Crok, die vervolgens Rob de Vos (Klimaatgek.nl) vroeg om hierop enig commentaar te leveren (zie link).

Ook Maurice de Hond werd getriggerd en die vroeg op zijn beurt klimaatwetenschapper (ecoloog) Jim Steele om commentaar.

En ook op deze commentaren zal wel weer het nodige volgen.

Het begint een beetje op kibbelen te lijken, waarbij de deskundigen elkaar platslaan met argumenten pro en contra en dat is, volgens mij, hetgeen waar Plato, gek als hij werd van het sofistische gekibbel van zijn tijd, zou aanslaan. Iedereen mag meedoen, maar wat is nu Waar?

Probleem van al deze argumenten is dat tot in den treure wetenschappelijke studies worden aangehaald waarvan de querulanten eigenlijk niet goed weten of hetgeen wat wordt betoogd wel klopt. Het lijkt een beetje op het probleem waarvoor ik enkele maanden geleden stond toen ik probeerde om wegwijs te geraken in de statistische problematiek van dit soort van studies (zie link).

Welke studie geeft bijvoorbeeld een goede weergave van de temperatuur op Aarde gedurende de afgelopen pakweg vijftig jaar? Is het de universitaire studie van het Climate Research Unit (CRU), National Climate Data Centre (NCDC)? Of is het toch de studie van de Universiteit van Huntsville (AH) waarbij de sceptici Spencer en Christy zijn betroken?
En hoe zat in het met de oudere reeksen op basis van proxy metingen, klopte dat verhaal over de hockey-stick van Michael Mann nu wel of niet? Of was nu juist de klimaatreconstructiegrafiek van Ljungqvist veel betrouwbaarder?
Wat is eigenlijk de invloed van het zgn. urban heat island effect (UHI)? Verwaarloosbaar, zoals Keulemans meent te kunne stellen of hebben Steele en De Vos wél een punt als zij menen dat dit een grote invloed op de gemeten temperatuurstijgingen van de afgelopen decennia?

Probleem is dat je flink wat know-how moet hebben om je in die heikele kwesties inhoudelijk te begeven en als je die know-how hebt, ben je eigenlijk veelal niet meer te volgen voor de belangstellende lezers én zul je al snel in één van de strijdende kampen terecht komen. En erger dan dat, is dat dan het ‘onderzoekers-effect’ onontkoombaar is.
Zoals de wetenschapsfilosofie heeft aangetoond (en de praktijk leert) zullen realisten zorgen voor studies waaruit blijkt dat het allemaal wel meevalt met de opwarming, die vooral door natuurlijke oorzaken wordt veroorzaakt. Alarmisten zorgen voor studies waaruit blijkt dat het allemaal nog erger is dan we al dachten.
Maar betekent dit dan dat men zich moet overgeven aan datgene wat de wetenschappers hierover te vertellen hebben? In een naïef geloof dat de waarheid uiteindelijk wel zal boven komen drijven?
Ik heb hier wel vaker over geschreven (zie link) en bevindt me in goed gezelschap (Popper, Kuhn) als ik beweer dat dit juist niet is hoe wetenschap werkt.

De waan-zekerheid over klimaat zou Plato waarschijnlijk meer dan al het andere tegen de borst stuiten. In zijn speurtocht naar de waarheid laat hij Socrates dan ook veelvuldig botsen met ‘vakmensen’, om vervolgens tot de conclusie te komen dat zij weliswaar veel weten over hun vakgebied, maar dat ook zij zeker de wijsheid niet in pacht hebben.
Misschien is wel de belangrijkste les van het hele denken over het klimaat, zoals we dat nu ervaren, dat we tegen de grenzen lopen van wat de Wetenschap vermag.

Maar wat zou Plato dan doen? Het lijkt mij eerlijk gezegd niet zo moeilijk om dat uit zijn geschriften te herleiden. Volgens Plato moeten we de vaststaande ideeën (beelden) onderzoeken, om van daaruit te komen tot bruikbare hypothesen over de werkelijkheid. In dit geval; over het klimaat.
Wanneer de grenzen van de Wetenschap zijn bereikt, zou de filosofie zijn intrede moeten doen. Klimaatfilosofie, maar dan van een heel andere orde dan de huilerige, pseudo-psychologische bezigheidstherapie, die hierboven is beschreven.

Wat staat vast?

Wat zijn dan wel de feiten waarop een klimaat-theorie valt te baseren?
Met Socrates zou ik een lans willen breken voor de stelling dat we weliswaar niet weten hoe het klimaat werkt, maar dat we wel verplicht zijn om de beelden, die de beide strijdende kampen ons laten zien, te onderzoeken. En dat dan tegen het licht van wetten die al duizenden malen zijn geverifieerd en onderdeel uitmaken van de canon van de harde natuurwetenschappen.
Ik ga een poging doen om dit alvast wat te kaderen: 
De Aarde waarop wij leven maakt onderdeel uit van een zonnestelsel waarin vier ‘aardse planeten’, relatief kleine planeten met een hoge massadichtheid, waarvan het oppervlak is opgebouwd uit vast gesteente. Het gaat om de planeten Mercurius, Venus, de Aarde en Mars.

De planeten van het zonnestelsel die verder van de zon afstaan dan de planeet Mars, bestaan voor een groot deel uit de gassen waterstof en helium (geen broeikasgassen), en heten daarom ook wel gasreuzen, of, naar het voorbeeld Jupiter, Joviaanse planeten.

Al deze planeten worden verwarmd door straling van de zon en deze opwarming kan worden berekend door de Wet van Stefan-Boltzmann.
De wet van Stefan-Boltzmann geeft aan hoe de intensiteit of lichtkracht van een voorwerp afhangt van de temperatuur en de grootte van het oppervlak van een voorwerp. Met behulp van de temperatuur, oppervlakte en de constante van Stefan-Boltzmann kan het totale uitgestraalde vermogen aan stralingsenergie berekend worden. De formule van Stefan-Boltzmann geldt ook voor het door straling ontvangen vermogen.
Ik denk dat er tot dusverre van zowel klimaatalarmisten als klimaatrealisten weinig weerwoord zal zijn. Een aardig begin dus.

Vervolgens zien we dat deze straling op de verschillende planeten blijkbaar een verschillende uitwerking heeft. Sommige planeten hebben een zeer verschillende dag- en nachttemperatuur (Mercurius, Mars) terwijl andere een nauwelijks waarneembaar temperatuurverschil kennen (Venus, de Aarde en alle Gasreuzen).
Opvallend is verder nog dat de planeet Venus, die veel verder weg van de zon staat dan Mercurius, toch veel warmer is dan Mercurius (dagtemperatuur Mercurius is 350 °C, nachttemperatuur is -173 °C, terwijl Venus een constante temperatuur van 474 °C kent).
Maar voor Jupiter is dit allemaal nog extremer.
Op basis van de hoeveelheid zonlicht die de gasreus Jupiter ontvangt, zou je in de bovenste atmosfeer een kille temperatuur van -73 °C verwachten. Maar uit metingen blijkt dat het er een zinderende 426 °C is.
Op een diepte van ongeveer drieduizend kilometer is de temperatuur gestegen tot 5500 graden. In de resterende 45.000 kilometer naar het centrum van de planeet blijven temperatuur en druk verder stijgen. Ze bereiken fantastische waarden: de temperatuur zou in het centrum 30.000 graden bedragen (behoorlijk wat warmer dan de oppervlakte van de zon (5.772 K)).
De druk op Jupiter zou daar dan zijn opgelopen tot 100 miljoen atmosfeer. (zie link

Ook niet discutabel denk ik.
We kunnen constateren dat een planeet met een atmosfeer zich klimatologisch volledig anders gedraagt dan een hemellichaam zonder atmosfeer. Dat kan in ons geval ook vrij gemakkelijk worden geverifieerd, wanneer we de situatie van onze Maan (zonder atmosfeer) vergelijken met die van de Aarde (met atmosfeer).
De Maan kent overdag temperaturen van 120 °C en ’s nachts (vergelijkbaar met Mercurius) -170 °C. Niet discutabel, daar hebben mensen gelopen met thermometers.
Onze Aarde heeft echter een prettige gemiddelde temperatuur van 15 °C, waarbij de nacht gemiddeld ongeveer 10 graden kouder is dan de dag.
Opnieuw feiten die nauwelijks kunnen worden betwijfeld door de beide klimaatkemphanen op Aarde.

Hypothesen

Waartoe leidt dit alles?

Allereerst tot het gegeven dat er naast zonnestraling bij de hemellichamen met een atmosfeer een aanvullende energiebron moet bestaan. Hoe anders kan de temperatuur op Jupiter hoger zijn dan de stralingsbron die de planeet opwarmt?
Door de klimaatwetenschappers werd ook al snel onderkend dat de hoeveelheid zonnestraling die de Aarde bereikt, berekend aan de hand van de Stefan-Boltzmann formule, eigenlijk veel te weinig was om de gemiddelde temperatuur van de Aarde te verklaren. Die zou eigenlijk gemiddeld -18 °C moeten zijn in plaats van de eerder genoemde 15 °C.

Vreemd genoeg worden de bovengenoemde feiten maar door een enkeling in het klimaatdebat benoemd en dat heeft er alles mee te maken dat zowel alarmisten als realisten overtuigd zijn van het stralingsmodel, wat al sinds het begin van de klimatologie is omarmd. In dit model is een tweede energiebron gevonden die maakt dat de bovenstaande overwegingen eenvoudigweg kunnen worden overgeslagen.

Dit wordt fraai geïllustreerd door Marcel Crok wanneer hij stelt:  “Een van de argumenten die je vaak hoort in het broeikasdebat, is dat het broeikaseffect keiharde wetenschap is en dat het derhalve onbegrijpelijk is dat sceptici het door de mens versterkte broeikaseffect ontkennen. Het simpelste antwoord op die vraag is dat serieuze sceptici (vooral degenen die publiceren in de wetenschappelijke literatuur) die keiharde fysica helemaal niet ontkennen.

Er is op dat punt geen debat! Sceptici betwisten uitsluitend de mate van opwarming die CO2 kan veroorzaken.”

Het model waarover helemaal geen debat lijkt te bestaan, wordt dan ook door het IPCC in diverse rapporten steeds weer opnieuw vertoond:

Uiteindelijk werd dus de oplossing gevonden door simpele metingen. Behalve de straling van de zon werd er ook door de Aardse atmosfeer blijkbaar flink wat (laag-frequente) straling naar de Aardkorst toe gezonden. Dit zou dan natuurlijk de oplossing zijn. De zgn. ‘tegenstraling’ van de atmosfeer zou het ‘energie-gat’ van 33 graden Celsius kunnen opvullen.

Verondersteld werd vervolgens dat de in de atmosfeer aanwezige gassen die infrarode straling van de Aarde kunnen absorberen ( de zgn. ‘Broeikasgassen’), hiervoor verantwoordelijk moeten zijn. Het gegeven dat de atmosfeer van Venus voor 99% bleek te bestaan uit het broeikasgas kooldioxide gaf natuurlijk een flinke steun aan deze hypothese.

En dan is het duidelijk, meer broeikasgassen leidt tot meer tegenstraling en dus meer opwarming. Dit wordt ook bevestigd door de temperatuurontwikkelingen op Aarde de laatste decennia, terwijl het gehalte kooldioxide sterker toenam dan ooit tevoren. De klimaatcrisis was geboren…
Min of meer gerustgesteld door de gedachte dat dit alles past binnen het raamwerk van de natuurkundige wetten, werd een kritische analyse van dit model (voor zover mij bekend) door de vak-wetenschappers eigenlijk nooit meer ondernomen.
Maar evengoed blijft het een hypothese die is afgeleid uit bepaalde beginselen, die ook tot hele andere modellen hadden kunnen leiden en die misschien wel veel beter passen bij hetgeen we kunnen waarnemen en begrijpen.

Om de lengte van deze blog enigszins binnen de perken te houden wil ik het beloofde onderzoek naar dit broeikas-model graag in een volgende blog over dit thema behandelen.


Geplaatst

in

door

Tags: