Overstromingen, klimaat en het KNMI

In Duitsland gaat het allemaal nog sneller dan hier in Nederland. De omtrekken van de watersnoodramp in het westen van Duitsland waren nog niet helemaal helder of de minister president Laschet van Noordrijn-Westfalen riep de landen van de wereld al op om nu eindelijk eens op te schieten met de bestrijding van de klimaatverandering.
Ook ‘Der Spiegel‘ pakte gister flink uit: „Überflutungen, Dürre, Hitze; Warum retten wir nicht einfach das Klima?“
Geen probleem volgens auteur H. Müller, professor wetenschapsjournalistiek in Dortmund:
„Die jüngsten Wetterkatastrophen rücken die Erderwärmung ins Zentrum der Politik.(…)
Wenn sich ab Donnerstag die Abgesandten der G20-Staaten in Neapel treffen, dann sitzen die Hauptverursacher des Klimawandels wieder mal beieinander. Eigentlich könnten sie einen Schlussstrich ziehen und den Ausstieg aus der Kohlenstoffwirtschaft beschließen. Bis hierher und nicht weiter. In den kommenden Jahrzehnten müssen die Emissionen sowieso auf Netto-Null runter Nur »net zero«, also nur noch soviel Klimagase in die Atmosphäre zu blasen, wie die Erde absorbieren kann, eröffnet die Hoffnung darauf, dass sich die Erwärmung doch noch abbremsen lässt, sagen die Klimaforscher.
Wäre dies nicht ein günstiger Moment für einen globalen Klimadeal? Das Erschrecken über die jüngsten Wetterextreme jedenfalls ist noch frisch: extreme Hitze im amerikanischen Westen und am Polarkreis, nun Flutkatastrophen in Westdeutschland mit mehr als 100 Todesopfern, um nur die nächstliegenden Ereignisse zu nennen.“
Achterdochtige stemmen op het internet stellen dat de Duitse reacties vooral zijn ingegeven door het ontlopen van een eigen verantwoordelijkheid ( zie: https://wattsupwiththat.com/2021/07/19/germanys-katrina-officials-left-dams-full-for-weeks-even-with-heavy-rains-in-the-forecast/) dat is niet iets waar deze blog over gaat.
Nu heb ik al wat geschreven over Canada, waar volgens mij de ‘klimawandel’ eigenlijk nauwelijks een rol van betekenis speelt, maar de zondvloed die het westen van Duitsland en delen van België en Limburg trof, gaf toch echt stof tot nadenken. Dit is wel erg veel toeval…
En eigenlijk is de klimaatpagina van het KNMI niet iets waar je gaat zoeken als je op zoek bent naar onafhankelijke berichtgeving over het broeikas-effect. De kop van het in no-time opgestelde artikel over de watersnood in Zuid-Limburg (we zijn wel Nederlands) deed al het slechtste vermoeden:
“Het regent nu harder in Zuid-Limburg door klimaatverandering”, dit stukje zou “de Spiegel’ nog wel eens kunnen gaan toppen… maar, ondanks de zware klimaatverandering-subsidies; het KNMI is een wetenschapsinstituut van nature en ging dus gewoon in op de oorzaken van de ramp.
Wel klimaatverandering natuurlijk
Vanuit de sponsoring van het KNMI valt best te begrijpen dat het stuk afsluit met een flink stuk (maar vooral ontoereikende) klimaatpropaganda:
“De toename in extreme neerslag is te zien aan het aantal dagen in de zomer met minstens 20 millimeter neerslag: dit aantal steeg tussen 1961-1990 en 1991-2020 met 25 procent. Verder is de toename in neerslag ook goed te zien naast de opwarmende trend: tussen 1960-1991 en 1991-2020 nam in de zomer de temperatuur in De Bilt toe met 1,3 °C en de neerslag in Nederland met 13 procent.
De daggemiddelde temperatuur in Zuid-Limburg is deze dagen ongeveer 18 °C, wat in het huidige klimaat een normale waarde is voor de tijd van het jaar. Een halve eeuw geleden zou bij hetzelfde weerpatroon de temperatuur echter ruim een graad lager zijn geweest, met minder vocht in de lucht en dus minder neerslag.”
Misschien was dit stukje iets overtuigender geweest als er niet direct achter was vermeld dat de hoeveelheid vocht met 7 procent per graad opwarming toeneemt. Ter verklaring van de hoosbuien in Duitsland, België en Zuid Limburg is dit toch echt te mager.
We mogen ons gelukkig prijzen met de aanwezigheid van het KNMI. Als men er hier niet in slaagt om een plausibele broeikas-gerelateerde verklaring te vinden, voor een weer-anomalie,  dan is ie er vaak ook niet…  En in dit bijzondere geval durft men het zelfs aan om toch een vraagteken te plaatsen:
Waardoor bleef het zo lang regenen?
De wateroverlast in Zuid-Limburg en Midden-Europa heeft te maken met een hardnekkig lagedrukgebied (figuur 3). Dit lagedrukgebied zorgt daar al sinds maandag voor veel regenval. Het lagedrukgebied kan nergens heen, doordat boven Zuid-Scandinavië vooral op hoogte (niet te zien op de weerkaart, EJ) een blokkerende gordel van hoge druk ligt. Dit voorkomt dat het lagedrukgebied door kan schuiven naar bijvoorbeeld Oost-Europa.
Ook de lucht die rond het lagedrukgebied tolt, is al sinds maandag boven Centraal-Europa aanwezig. Deze lucht wordt telkens weer voorzien van nieuw vocht door verdamping boven de natte bodems in Centraal-Europa, waarna het vocht weer in de vorm van neerslag in onder andere Zuid-Limburg gedumpt wordt. De bodems in het midden van Europa waren al nat doordat de eerste helft van juli regenachtig verliep. (…)
In deze situatie speelde vooral het traag verplaatsen van het lagedrukgebied een belangrijke rol. Voor zover bekend heeft de klimaatverandering weinig invloed op het luchtdrukpatroon, maar er zijn wel aanwijzingen dat lagedrukgebieden door de klimaatverandering minder snel van plaats veranderen.”
Dit laatste betreft een verwijzing naar een artikel van Kahraman et al. (2021) waarin met een computermodel kan worden aangetoond dat regenstormen langzamer bewegen door klimaatverandering.
Deze situatie was echter helemaal niet aan de orde. Het probleem was dat het lagedrukgebied nergens naar toe kon, blijkbaar doordat boven Zuid-Scandinavië een blokkerende gordel van hoge druk lag en (eerlijk is eerlijk): “Voor zover bekend heeft de klimaatverandering weinig invloed op het luchtdrukpatroon”.
Rob de Vos constateerde dit ook al in zijn blog: “Neerslag in Zuid-Limburg”:
“Wat de situatie in Zuid-Limburg (en in Eifel en Ardennen) bijzonder maakt is dat het grote regencomplex maar heel langzaam beweegt. Meestal gaan frontensystemen en lagedrukgebieden met een flinke snelheid ongeveer van west naar oost over ons land heen, de afgelopen dagen bewogen de uitgestrekte regengebieden opvallend langzaam, waardoor er grote hoeveelheden neerslag in dezelfde regio naar beneden kwamen.”
Waardoor was het lagedruk gebied ‘opgesloten’?
Meteorologie is bij uitstek een mechanische wetenschap. Het optreden van gebeurtenissen in de atmosfeer geeft aanleiding tot weer-verschijnselen die prima kunnen worden voorspeld door weermodellen. Zelden wordt echter aandacht besteed aan oorzaken voor het optreden van deze ‘atmosferische gebeurtenissen”. 
Voor het optreden van hoge- en lagedrukgebieden komt de meteorologie meestal niet verder dan de grootschalige weerpatronen (lucht stijgt op bij de evenaar en komt dan weer neer in de zone waar vooral woestijnen aanwezig zijn) en de straalstroom.
Zoals ik op de pagina “het veranderende klimaat” (link) uitgebreid uiteen heb gezet kan algenbloei (zoals bijvoorbeeld het geval was in Canada) wel degelijk worden gelinkt aan het optreden van hogedrukgebieden.
Vanuit de onderliggende theorie van het optreden van een ‘hydrostatisch evenwicht’, waarin de zwaartekracht-compressie van de troposfeer in evenwicht verkeert met de interne druk van de atmosfeer, (zie link) zijn de verschijnselen in de ‘atmosferische menglaag’ ook (of vooral?) van het grootste belang voor de vorming van hoge- en lagedrukgebieden.
Voor West Europa lijkt het optreden van een hardnekkige schuimalg-bloei in april in de Noordzee en het daarmee samenhangende hogedrukgebied, van groot belang voor het weer in de maanden die volgen. Een hogedruk in april zorgt voor een versnelde opwarming van de bodems in West Europa en we kunnen een spectaculair verband zien tussen algenbloei in april en de fraaie zomers van de afgelopen jaren.
Dit jaar was alles anders. De schuimalgenbloei kwam nauwelijks van de grond en het gevolg was dat we vrij “normaal” weer zagen dit voorjaar en begin van de zomer, met de nodige neerslag in april, mei en juni van dit jaar.
Dit had echter wel als gevolg dat de blauwalggroei in de Oostzee vrij vroeg op gang kwam (zie https://www.ukrgate.com/eng/?p=15971).
De veel beter bestudeerde consequenties van de permanente blauwalg-plaag van de Oostzee (zie link) zijn vergelijkbaar met die van de schuimalg in de Noordzee. Ook dan kunnen we een stagnerend hogedrukgebied verwachten.
Volgens het KNMI was nu juist het hogedrukgebied boven Zuid-Scandinavië/ Oostzee verantwoordelijk voor het blokkeren van het lagedrukgebied wat, heel anders dan voorgaande jaren, heel wat water kon opnemen van de natgeregende gebieden van Centraal Europa, wat vervolgens in de heuvelachtige gebieden rond het drielandenpunt kon neerslaan.
Dit geeft eigenlijk als verassende uitkomst dat de oorzaken van de hitte in Canada inderdaad vergelijkbaar zijn met die van de regen rondom het drielandenpunt. Alleen is dat dus niet de klimaatverandering veroorzaakt door kooldioxide…

Geef een antwoord