De strijd tegen de gevestigde kennis

 

In 2017 schreef Tom Nicols het boek; ‘The Death of Expertise: The Campaign Against Established Knowledge and Why it Matters’. De mooiste zin in het boek wordt in de review op Wikipedia herhaald: “These are dangerous times. Never have so many people had access to so much knowledge, and yet been so resistant to learning anything.”

Nicols meent dat er “vele krachten in de Verenigde Staten zijn die de autoriteit van de deskundigen ondermijnen” en hij ziet een anti-expertise en anti-intellectueel sentiment ontstaan. Het is een schrijven dat waarschijnlijk niet helemaal losgezien kan worden van de keuze van de inwoners van de VS voor Trump als president in dat jaar.

De ontwikkelingen rond de corona discussie gaven Danielle Braun in Joop (september 2020) aanleiding om het boek van Nicols nog maar eens aan te halen, om vervolgens te verzuchten:
“Laten we experts toevoegen aan onze politieke arena, omdat ook politici getroffen lijken te worden door het virus van anti-intellectualisme. Laat academici hun titels weer gebruiken. Respect voor kennis en jarenlang vergaarde wijsheid koesteren.
Zo niet, dan breekt de era aan van kabouters en elfjes. Van de gruwelen van Griekse goden en Supermanpresidenten. Van schavotten en onthoofdingen op het dorpsplein van al wat ons onwelgevallig is. Als we ons limbisch oerbrein boven de prefrontale cortex gaan verheffen, stappen we terug in de tijd.”

Het is al met al een bedrukkende analyse over ons intellectuele klimaat dezer dagen.
Maar gelukkig is er ook Robert Tracinski, een stem van de ‘andere kant’. Hij veegt de vloer aan met het steeds populairder wordende frase (die het stuk van Danielle Braun ook als titel had): “I believe in science”. Hij gebruikt het volgende citaat van het democratische zwaargewicht Elizabeth Warren, om zijn mening toe te lichten:
“I believe in science. And anyone who doesn’t has no business making decisions about our environment.”

Het was een reactie op het nieuws dat ook wetenschappers de sceptisch stonden tegenover de ‘global warming’-theorie mogelijk een stem zouden krijgen in het maatschappelijke debat over deze kwestie.
Hierop concludeert Tracinski: “So what Warren really means by saying “I believe in science” is: “I believe in global warming”.

But we owe it to Andrew Yang—a Democratic presidential candidate who just managed to qualify for the televised primary debates by getting more than 65,000 individual campaign contributions—for stating this trope in such a comical form that it gives the game away:
“My father has a Ph.D. in physics,” he said. “I believe in science.”
This prompted some well-deserved mockery along the lines of, “My father was a cartoonist. I believe in Daffy Duck.” More important, it captures a lot of what annoys the rest of us about the “I believe in science” crowd. It reduces a serious intellectual issue—a whole worldview and method of thought—to a signifier of social group identity.”

Het klinkt mooi: een “Geloof in De Wetenschap” -groeps-identiteit. Maar volgens Tracinski is het dan wel zaak om de zaken wat scherper te stellen, omdat wetenschap natuurlijk idealiter niet gaat om een ‘geloof’, maar om een methode om informatie over de wereld te vergaren:
“But the way most people use it today—especially in a political context—is pretty much the opposite. They use it as a way of declaring belief in a proposition which is outside their knowledge and which they do not understand. There are a lot of people these days who like things that sound science-y, but have little patience for actual science (…)
The point isn’t just that scientists can get things wrong. The point is that science is hard. The scientific method is very powerful, but the questions it is attempting to understand are often extremely complex and intractable. And scientists themselves are human—prone to biases, blind spots, and groupthink. (…)
But when people in politics proclaim “I believe in science” what they’re doing is proclaiming a belief in the current consensus. Do you think Elizabeth Warren and Andrew Yang have given serious study to climate science? No, they believe in global warming and its preferred political solutions because they have been told that a consensus of scientists believes it (and because this belief confirms their own political biases). Notice that Warren’s statement was about a panel of scientists who are skeptical of global warming, led by a distinguished physicist, William Happer.”
Het betoog van Tracinski leidt vervolgens tot zijn conclusie: “When does a scientist count as someone who “doesn’t believe in science”? When he departs from ‘the consensus’.”

Het ligt voor de hand dat bijvoorbeeld ook de eerder aangehaalde Nicols en Braun helemaal geen zin hebben om zich te verdiepen in onderwerpen als Klimaatverandering, Corona en soortgelijke problemen en gewoon willen kunnen vertrouwen op expertise. Dat moet met een beroep op De Wetenschap toch mogelijk zijn?

Het is in lijn met het geloof van de natuurkundige Richard Feynman:

“If it disagrees with experiment, it’s wrong. And that simple statement is the key of science. It doesn’t matter how beautiful your guess is, it doesn’t matter how smart you are who made the guess, or what it’s name is, if it disagrees with experiment, it’s wrong. That’s all there is to it.”

Het is ook het geloof van wetenschapsfilosoof Karl Popper, wiens pleidooi voor falsifieerbaarheid (wat overigens ook een fors probleem is voor de klimaatwetenschap) als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden, het denken over wetenschap jarenlang heeft gedomineerd.

Maar als het allemaal zo gemakkelijk is, dan zijn teksten als: “Never have so many people had access to so much knowledge, and yet been so resistant to learning anything.” zoals Nicols meende, ook wel begrijpelijk. Afwijken van dit heldere pad moet wel leiden tot “de era van kabouters en elfjes”.

Maar veel minder bekend dan Feynman en Popper is Thomas Kuhn (1922-1996) die toch behoorlijke tekortkomingen van deze visie van wetenschap bedrijven wist aan te wijzen. Kuhn wordt door Trancinski verantwoordelijk gehouden voor de huidige ‘wetenschapsgeloof’, maar eigenlijk is de enige wezenlijke bijdrage van Kuhn, de ontdekking van het ego van de wetenschappers.
Hij voerde aan dat bewijs en experimenten geen onderscheid konden maken tussen ware en valse theorieën, omdat wetenschappers de resultaten van ‘andere’ wetenschappelijke inzichten, altijd zouden rationaliseren, door ad hoc aanpassingen aan hun theorieën te maken, om hun al van te voren vast staande wetenschappelijke loyaliteit te ondersteunen.
Het is simpelweg onmogelijk dat bijvoorbeeld in het klimaatdebat hard-core ‘alarmisten’ of ‘deniers’, door enig experiment of enige waarneming, overtuigd zullen worden door het gelijk van hun tegenstanders. En wanneer een debat over een wetenschappelijke kwestie een duidelijke winnaar of verliezer kent, heeft dat vaak veel meer te maken met de verbale vaardigheden van de wetenschappers in kwestie, dan met de aard van de standpunten die ingenomen worden.

En volgens Kuhn is dit ook de enige manier waarop wetenschap kan werken. Een acceptatie van een nieuwe theorie ten koste van een oudere theorie, een wetenschappelijke revolutie, kan volgens Kuhn dan ook niet door een logisch en neutraal experiment worden bewerkstelligd, maar is volgens hem altijd het resultaat van een veranderende sociale consensus (paradigma).
Het interne democratische proces binnen de wetenschap geeft dus sturing aan de wetenschappelijke standpunten en zo is men, sinds de middeleeuwen, klaarblijkelijk toch al een fors eind de goede kant opgeschoven. Want natuurlijk is de input van specialisten de beste manier om een wetenschappelijke theorie te vervolmaken. 

Maar vanwaar dan de huidige scepsis ten aanzien van die specialisten?
Ook hier lijkt het specialisten-ego de belangrijkste boosdoener. De wetenschappelijke dialoog kan immers ernstig verstoord raken door de wisselwerking tussen een wetenschappelijke ontdekking en de politieke reactie, in de vorm van door externe invloeden als geld, maatschappelijke eer en ijdelheid. De befaamde hockey-stick theorie van Michael  E. Mann is hiervoor een aardig voorbeeld.
In 1998 publiceerden Michael E. Mann, Raymond S. Bradley en Malcolm K. Hughes (MBH) een artikel met de eerste kwantitatieve temperatuursreconstructie aan de hand van proxies van de eeuwen voor 1850. De hoofauteur M. Mann is dan 32 en had net zijn doctoraat in geologie en geofysica aan de Yale-universiteit gehaald.
Het artikel is sindsdien behoorlijk door de mangel gehaald en Mann heeft sindsdien behalve veel kritiek ook een veroordeling door de Canadese rechtbank (Mann vs Ball)  vanwege dit artikel om zijn oren gekregen. Het wetenschappelijke proces is zijn gang gegaan en de hockystick-theorie in zijn oorspronkelijke vorm wordt zelfs door Mann niet meer onderschreven.
In een normale wetenschappelijke discipline zou het (volgens Kuhn) daarbij gebleven zijn. Echter, de hockey-stick theorie was één van de belangrijkste argumenten in de documentaire van Al Gore, die daarmee  Nobelprijswinnar  voor de Vrede werd en als zodanig  is de theorie een van de iconen van de klimaatwetenschap geworden, met een navenant grote economische waarde. De impact van de theorie op de maatschappelijke bewustwording van de CO2-hypothese kan immers maar moeilijk overschat worden. 

Maar dit heeft dan ook gezorgd voor een grote verwarring tussen de gevestigde wetenschappelijke waarheid en de waar te nemen werkelijkheid.
Het is natuurlijk één ding om de wetenschap(pers) een bepaalde (maatschappelijk gewenste) richting te duwen, om een ‘consensus’ te bereiken,  door het royaal beschikbaar stellen van subsidies, maar het is dan natuurlijk toch nog helemaal niet zeker of deze richting de bestaande werkelijkheid ook juist interpreteert. Geld corrumpeert helaas, ook in de wetenschap.

Maar hoe groot is dan deze vervormende subsidiedruk in het geval van het klimaatonderzoek? In een onderzoekje van Paul Driessen (2019) komt hij tot forse cijfers:
“Een paar jaar geleden ging het tijdschrift Forbes door de federale begroting en schatte dat tijdens de eerste termijn van president Obama ongeveer $ 150 miljard was uitgegeven aan uitgaven voor de bestrijding van klimaatverandering, onderzoek, schikkingen in rechtszaken en subsidies voor groene energie. (…) Wereldwijd zijn de cijfers gigantisch. In 2014 publiceerde het Climate Policy Initiative, een studie waaruit bleek dat “wereldwijde investeringen in klimaatverandering” dat jaar 359 miljard dollar bereikten. “

Dat alles staat echter nog in geen verhouding tot de nu te maken kosten om de ‘klimaatverandering te keren’ in Europa, die zelfs de analisten van de Deutsche bank blijkbaar zorgen baren. In het nieuwjaarsbericht van de Deutsche bank van december 2020 wordt het “oneerlijke debat” bekritiseerd, waarmee de EU haar “Green Deal” aan de mensen van Europa verkoopt: “De enorme risico’s van ‘het project van de eeuw’ voor welvaart, het economisch systeem en de democratie mogen niet worden verborgen, maar moeten openlijk worden geadresseerd.”
De Europese “Green Deal” zou volgens de Deutsche bank alleen in een “Ökodiktatur” gerealiseerd kunnen worden.

Maar is “ökodiktatur” wel het goede woord? De Duitse groene partij ziet er bijvoorbeeld geen been in om alle inspraak (van natuurliefhebbers) tegen windparken te verbieden. De Duitse professor Volker Quaschning (hoogleraar hernieuwbare energie in Berlijn) verduidelijkt dit standpunt: “Zonder de snelle uitbreiding van windparken mislukt de klimaatbescherming (Klimaschutz) met de meest noodlottige consequenties voor de natuur. Daarom mag de aanleg van windparken niet worden beperkt door natuurbescherming.” (bron: https://kaltesonne.de/volker-quaschnig-darum-darf-kuenftig-der-ausbau-der-windkraft-nicht-merh-am-naturschutz-scheitern/)

Dit is geen ökodictatur, waarin dan toch op zijn minst rekening met de bestaande waardevolle ecosystemen gehouden zou moeten worden, dit is een vorm van semi-religieus fanatisme.
Want wat is dan de ratio achter dit alles? Waarom deze maatregelen, wanneer er klaarblijkelijk, bij een fors aantal wetenschappers (die zich wél hebben ingelezen in deze lastige materie), nog veel onduidelijkheid bestaat over de ernst en oorzaken van de klimaatcrisis? En inderdaad, de (dure) klimaatvoorspellingen van het wereldomvattende klimaatinstituut bij uitstek, het IPCC, zijn nog steeds niet echt (echt niet) betrouwbaar.

Mijn stelling is dat, ondanks alle goede bedoelingen (en het voornemen: “de Aarde redden” is dat natuurlijk), juist dit de belangrijkste oorzaak daarvoor is dat de vooruitgang van het klimaatwetenschap wordt gefrustreerd. Tal van de goede wetenschappelijke onderzoeken die worden uitgevoerd, dankzij de hiervoor beschikbaar gestelde forse geldstromen, kunnen, zoals een aantal wat meer onafhankelijke denkers heeft gezien, ook op andere manieren worden geïnterpreteerd dan vanuit een vaststaande overtuiging over de globale opwarming door kooldioxide. Een dialoog hierover ontbreekt echter. De tenenkrommende ‘discussie’ tussen ‘scepticus’ Roy Spencer en toekomstig “Senior Climate Advisor” Gavin Schmidt op YouTube (https://www.youtube.com/watch?v=eYKggC5VOzA&t=557s, vanaf 1:55 min) spreekt boekdelen wat dit betreft.  Een funeste ontwikkeling als we Kuhn mogen geloven.

Op deze site heb ik de harde stellingen van de verschillende partijen in dit niet bestaande debat gebundeld, om een logisch vergelijk mogelijk te maken. Uiteraard hier en daar aangevuld met eigen inzichten. Maar vooraf een waarschuwing: 

Dat geldt voor het klimaat, maar geldt evenzeer voor de stikstofproblemen in Nederland, waar (in het klein) een vergelijkbare situatie speelt. Ik heb dan ook geprobeerd om de dilemma’s voor de globale discussies over het klimaat, op een wat kleiner formaat, thuis te brengen naar de inhoudelijke stikstofdiscussies in Nederland, die ook niet worden gevoerd. Maar blijkbaar is dat geen probleem binnen de Nederlandse maatschappelijke verhoudingen?

Klimaatalarm

“Energie van de zon (zonne-energie) komt de atmosfeer van de aarde binnen en wordt warmte (infrarood-energie). Gassen in de atmosfeer, waaronder koolstofdioxide, laten het zonlicht door om het land en de oceanen te verwarmen, maar ze werken als een deken om infrarode energie op te vangen wanneer deze terug de ruimte in straalt. Dit staat bekend als het broeikaseffect.”
Een dikkere deken broeikasgassen zorgt door opwarming en de klimaatgeschiedenis lat zien dat de bewijzen hiervoor overweldigend zijn. Sterker nog, aan de hand van complexe klimaatmodellen kunnen zelfs de klimaatontwikkelingen voor de komende eeuw voorspeld worden. De grote meerderheid van de klimaatdeskundigen is hiervan ook overtuigd geraakt.
De inhoudelijke argumenten die deze theorie ondersteunen zijn te vinden op deze pagina.

Lauw-warm

Op basis van basis-natuurkunde kan worden gevolgd dat met een forse toename van het gehalte kooldioxide in de atmosfeer ook een verhoging van de temperatuur verwacht kan worden.
Alleen is niet duidelijk hoe groot het te verwachten temperatuur-effect is. De door de alarmisten voorspelde terugkoppelingseffecten zijn tot dusverre niet waargenomen en veel van de meest alarmistische projecties zijn gebaseerd op slechte wetenschap en soms zelfs bewuste manipulatie van de basisgegevens.
De extreem complexe klimaatmodellen geven tot dusverre een volstrekt overtrokken beeld van de geconstateerde opwarming, terwijl de maatregelen die getroffen moeten worden om de rampspoed te beteugelen vaak nog erger zijn (in ieder geval economisch) dan de kwaal.
De inhoudelijke argumenten die deze theorie ondersteunen zijn te vinden op deze pagina.

 

Ontkenners

Opwarming van de Aarde door de zon verloopt op een andere manier dan de Alarmisten en Lauw-warmen geloven. De rol van kooldioxide in de huidige opwarming van het klimaat is onbetekenend.
Op deze site wordt niet ontkend dat het klimaat opwarmt maar is dit ook een wereldwijde opwarming die de broeikas-hypothese voorspelt? Er zijn een aantal factoren die hierbij een rol kunnen spelen en actie is nodig, maar op een ander vlak dan de miljarden kostende energie-transitie waarvoor het rijke westen opteert.
De inhoudelijke argumenten die deze theorie ondersteunen zijn te vinden op deze pagina.

Stikstof

Wordt Nederland vergiftigd door een overmaat aan stikstof? Meer hierover op deze pagina.

Weidevogels

De slachtoffers van de ‘Nederlandse stikstofcrisis’ en waarom konijnen de vos en de weidevogels een handje kunnen helpen. Meer hierover op deze pagina.

Vragen en opmerkingen over de inhoud van deze website? Graag contact opnemen met Info@polderklimaat.nl.