Ziet de leliën des velds

Het geloof in de oude ooit eerbiedwaardige instituten is tanende. De Heilige Rooms-Katholieke Kerk,  KNMI, Rijkswaterstaat, CDA, PvdA, Ajax, etc. hebben in de loop van de jaren laten zien dat zij mensenwerk en dus feilbaar waren.

De jongste diepe val van een instituut wat jarenlang boven alle verdenking van menselijke manipulatie en belangenverstrengeling verheven was, heeft de afgelopen maanden plaatsgevonden.
De rechterlijke macht (die nog steeds wel boven alle partijen lijkt te staan), heeft onlangs in de zaak van de lelieteler in Boterveen, laten zien dat ook het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), niet langer als onfeilbaar kan worden beschouwd.

Nu was het al heel wat dat de voorzieningenrechtbank in Assen in juni een door de omwonenden aangevraagd verbod op het gebruik van (door het Ctgb goedgekeurde) gewasbestrijdingsmiddelen werd toegewezen. Veel meer imagoschade werd toegebracht door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, nadat over het beroep door de lelieteler (en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB)) tegen deze uitspraak (kenmerk: ECLI:NL:GHARL:2023:6083)  de volgende passages kunnen worden teruggevonden.

Eerst maar de kern van de zaak:

“Ook in hoger beroep is het spoedeisend belang duidelijk. Lelieteelt gaat gepaard met het wekelijks spuiten van gewasbeschermingsmiddelen over de lelies tot in het najaar. Omdat de kernstelling van de omwonenden is dat zij daardoor gezondheids- en economische schade lijden, is het spoedeisend belang bij de verbodsvordering van de omwonenden gegeven. Het feit dat de maatschap nu handmatig onkruid wiedt en stelt grote schade te lijden door niet langer gewasbeschermingsmiddelen te mogen spuiten, is aanleiding geweest om het hoger beroep op zeer korte termijn te behandelen (turbo-spoedappel).”

Maar dan; de omwonenden wijzen op de hiaten die in het systeem ter goedkeuring van gewasbeschermingsmiddelen en de werkzame stoffen aanwezig zijn, omdat de testen en analyses niet geschikt zijn om een voldoende deugdelijk beeld te geven van de mogelijke neurologische gevolgen (“zoals de ziekte van Parkinson, Alzheimer en ALS”) van de onderzochte middelen en stoffen.
Maar, vreemd genoeg stelt de rechter vervolgens, in plaats van te verwijzen naar het door de Europese wetgever in acht genomen voorzorgsbeginsel bij de toelating van de stoffen:

“Op basis van deze onderbouwing [door de omwonenden], waar de maatschap onvoldoende tegenin heeft gebracht, acht het hof aannemelijk dat op dit moment nog niet goed getest wordt of kan worden of het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel een verhoogd risico op neurodegeneratieve ziektes met zich brengt.
In zoverre lijkt het in Verordening EG 1107/2009 en de Wgb neergelegde stelsel van toezicht op de toelating en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dus onvolkomen te zijn en geen zekerheid te bieden op de afwezigheid van een verhoogd risico op neurodegeneratieve ziekten voor omwonenden. Het voorzorgsbeginsel brengt dan ook mee dat beperkende maatregelen zouden kunnen worden getroffen.”

Auw, de grondsteen onder het geloof in de resultaten van het Ctgb wordt hier hard onderuit gehaald.

De omwonenden hadden dus een wel degelijk een punt van zorg omdat “lelieteelt gepaard gaat met het hoogste gebruik aan gewasbeschermingsmiddelen per hectare”.
Volgens de NOS website schakelden ongeruste omwonenden in 2019 een onafhankelijk onderzoeker in. “Hij ontdekte in de buurt van Drentse leliekwekers 57 verschillende soorten bestrijdingsmiddelen in groenten en in de bodem. Sommige van die stoffen bleken zeer giftig. Bovendien kan vermenging van pesticiden nog meer risico opleveren, stelde de onderzoeker.”

Maar het mag toch (in dit geval)

Desondanks bestond er, naar het oordeel van het hof:

“in dit geval geen aanleiding om de maatschap het gebruik van alle bestaande gewasbeschermingsmiddelen op de bewuste percelen voor het jaar 2023 te verbieden, al dan niet op grond van het voorzorgsbeginsel”.

Hierbij heeft het hof meegewogen dat de maatschap aannemelijk heeft gemaakt veel te doen om de gevolgen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor de omwonenden te beperken. Daarnaast laat het hof meewegen dat zowel de Gezondheidsraad als het RIVM na recent onderzoek niet tot ingrijpen (een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen) heeft geadviseerd.

De maatschap is ver gegaan om toch het dreigende spuitverbod van tafel te krijgen. Een aantal maatregelen is doorgevoerd die normaliter onbespreekbaar zijn, zoals een gebruik van circa 75% volledig biologische gewasbeschermingsmiddelen en toepassing van een Wave spuit van Dubex aangeschaft voor een, door de toezichthouder gecontroleerde, driftreductie van 99%. Alsook een verklaring dat de komende vijf jaar geen lelies meer zullen worden geteeld op de percelen bij de omwonenden.

Maar voor de zaak van de lelietelers in zijn algemeen is wellicht interessanter wat de rechter nog meer heeft uitgesproken over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen: 

“De Gezondheidsraad, althans een door hem ingestelde nieuwe commissie ‘Gewasbescherming en omwonenden’ met experts uit relevante vakgebieden en met uiteenlopende perspectieven, heeft in zijn “Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden” van 29 juni 2020, geconcludeerd dat er in de internationale wetenschappelijke literatuur sprake is van een plausibel verband tussen de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en het risico op de ziekte van Parkinson en op ontwikkelingsstoornissen bij jonge kinderen.

Volgens de Gezondheidsraad zijn er geen aanwijzingen voor het frequent voorkomen van ernstige acute vergiftigingen door chemische gewasbeschermingsmiddelen in ons land en zijn er evenmin duidelijke indicaties dat langdurige blootstelling aan lagere concentraties in ons land tot substantiële gezondheidseffecten leidt, zoals de ziekte van Parkinson of schade aan de neurologische ontwikkeling van ongeboren en jonge kinderen.

De Gezondheidsraad voegt daar nog aan toe dat het nationale epidemiologische onderzoek de laatste zorgen niet kan wegnemen, omdat het onderzoek maar beperkt van omvang is, de blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen zich (achteraf) vaak slechts bij benadering laat bepalen, uit sommige onderzoeken in eigen land toch zwakke aanwijzingen komen voor effecten en omdat in de ons omringende landen duidelijkere aanwijzingen komen voor gezondheidsschade. Daarom blijft vooralsnog onzeker in hoeverre de (extra) blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen die telers, hun gezinnen en omwonenden in ons land ondervinden door hun werk of vanuit de woonomgeving, resulteert in een hoger gezondheidsrisico.”

Ben ik nu de enige dit dit een gek verhaal vind? Er is dus geconcludeerd dat er “in de internationale wetenschappelijke literatuur sprake is van een plausibel verband tussen de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en het risico op de ziekte van Parkinson en op ontwikkelingsstoornissen bij jonge kinderen.” 
Maar dan zijn er dus “geen duidelijke indicaties dat langdurige blootstelling in ons land tot gezondheidsschade leidt, zoals de ziekte van parkinson of de schade aan de neurologische ontwikkeling van ongeboren en jonge kinderen”? 

Hoeveel indicaties had de gezondheidsraad gehad willen hebben om vast te stellen dat de Nederlanders geen nog niet eerder ontdekte ‘super-resistentie’ ten aanzien van deze middelen bezitten, waardoor de ‘plausibele verbanden’, die in internationaal verband zijn aangetoond, niet voor ‘ons’ gelden?
Net zoals de Nederlandse insecten die niet massaal sterven door insecticiden, maar door stikstof? (zie link)

Parkinson

Het is natuurlijk ook codetaal die in het midden laat of het terecht is dat Frankrijk inmiddels de ziekte van Parkinson als beroepsziekte voor mensen, die gedurende minimaal 10 jaar als akkerbouwer zijn blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen voor gewassen, heeft aangewezen.

Maar niet alleen in Frankrijk, ook in Nederland zijn er zorgen. In de studie van neuroloog Marieke van Ooijen worden een aantal opvallende casussen besproken, waarin wel degelijk een verband tussen gewasbeschermingsmiddelen en de ziekte van parkinson kan worden gezien.

Hoogleraar neurologische bewegingsstoornissen bij het RadboudUMC, Bas Bloem, heeft inmiddels een activistische rol op zich genomen:
“We weten dat boeren en tuinders een sterk verhoogd risico hebben op parkinson. Ook omwonenden van landbouwpercelen hebben een hoger risico. (…) We weten inmiddels dat bijvoorbeeld wijnboeren een verhoogde kans hebben om deze ziekte te ontwikkelen’’, zegt Bloem. “De gebieden in Frankrijk waar veel druiven worden verbouwd, komen precies overeen met de gebieden waar parkinson veel voorkomt.”

 Volgens Bloem is het dus inmiddels bekend dat boeren, tuinders en omwonenden van landbouwpercelen een hoger risico hebben op parkinson. “De pesticiden die we gebruiken in de landbouw, veroorzaken parkinson bij proefdieren. Als je dat allemaal bij elkaar optelt, denk ik dat die snelle groei van parkinson heel erg te maken heeft met de giftige stoffen in de omgeving.”

De studie van Bloem over de ziekte van parkinson werd in 2021 gepubliceerd in het gezaghebbende ‘The Lancet’. Enkele passages hieruit:
“De ziekte van Parkinson heeft een grote impact op de samenleving. In termen van het aantal getroffen mensen is deze ziekte een veel voorkomende aandoening; in 2016 waren er wereldwijd ongeveer 6,1 miljoen mensen getroffen. Om redenen die nog niet volledig duidelijk zijn, zijn de incidentie en prevalentie van deze ziekte in 2016 snel gestegen gedurende de afgelopen twee decennia.”

Van The Lancet naar Hart van Nederland. Ook hier is de studie van Bloem wereldnieuws:

“De ziekte van parkinson komt steeds vaker voor: in de afgelopen tien jaar zijn er 30 procent meer patiënten met deze hersenziekte. Dit komt niet doordat mensen steeds ouder worden, maar volgens parkinson-expert Bas Bloem van het Radboudumc komt dat door de blootstelling aan rotzooi in de omgeving. Hij doelt daarmee op pesticiden die mensen via voeding en lucht binnenkrijgen en waarschuwt daarom voor de gevaren van pesticiden.

Bas Bloem blijft zich inzetten voor een beter toelatingsbeleid van pesticiden. “We moeten streng kijken naar de veiligheid van de pesticiden die we vandaag de dag gebruiken: andere toelatingscriteria. Kijk naar het specifieke risico op parkinson. Dit onderzoek moet niet uitgevoerd worden door de industrie zelf. Maar door onafhankelijke instituten zoals het RIVM.”

Ontwikkelingsstoornissen

De cijfers voor ontwikkelingsstoornissen bij kinderen spreken misschien nog meer voor zich. Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met ADHD-achtige symptomen dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 84.500 in 2011 naar 151.800 in 2021 en voor vrouwen  van 32.900 in 2011 naar 95.100 in 2021. VZ-info geeft hierover de volgende informatie in tabelvorm:

Dus, het is mij inmiddels niet helemaal meer duidelijk waar de gezondheidsraad haar wijsheid vandaan haalt, waardoor zij meent te kunnen stellen dat er geen “duidelijke indicaties [zijn] dat langdurige blootstelling aan lagere concentraties in ons land tot substantiële gezondheidseffecten leidt, zoals de ziekte van Parkinson of schade aan de neurologische ontwikkeling van ongeboren en jonge kinderen.”

Maar ja, moet de RIVM dat gaan controleren? In het Lelieproces verwijst het RIVM blijkbaar naar haar briefrapport 2022-0089: ‘Gewasbeschermingsmiddelen met mogelijke neurodegeneratieve effecten: een analyse van werkzame stoffen op basis van de chemische structuur’.
Het Hof concludeert vervolgens:

“Het RIVM merkt daarin op dat de vijf stoffen waarvoor sterke aanwijzingen bestaan dat ze neurodegeneratieve ziekten kunnen veroorzaken, niet meer in de Europese Unie mogen worden gebruikt. Het RIVM heeft gekeken of er op dit moment stoffen worden gebruikt die lijken op deze vijf verboden stoffen. Daarover blijkt vrij weinig informatie beschikbaar te zijn. Dat bevestigt volgens het RIVM het belang van meer data en betere testrichtlijnen. Het RIVM concludeert dat er nu geen reden is om extra maatregelen te nemen.”

Dit maakt de onderstaande conclusie van het Hof onvermijdelijk:

3.22 Dat de omwonenden een grote hoeveelheid onderzoeken hebben overgelegd uit veelal andere landen, die dienen ter onderbouwing van het verband tussen gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten, kan niet tot een ander oordeel leiden. Een groot deel van die onderzoeken ziet op de gezondheidseffecten op de gebruikers van de gewasbeschermingsmiddelen (en niet op omwonenden), vaak zijn ze van (veel) langer geleden en zien ze op gewasbeschermingsmiddelen die al verboden zijn en bovendien zien ze ook op andere toepassingswijzen (bijvoorbeeld zonder driftreductie van 99%). In ieder geval hebben de omwonenden, in het licht van voormelde rapporten van de Gezondheidsraad en het RIVM, niet gemotiveerd gesteld en blijkt ook uit de door hen overgelegde literatuur niet dat voortzetting van het bespuiten van de lelies (met de onder 3.20 genoemde maatregelen) met de middelen die de maatschap voor deze teelt nog wil gebruiken (waarover hieronder meer), een zodanig gevaar voor hun gezondheid vormt dat, ook wanneer het voorzorgsbeginsel in aanmerking wordt genomen, voortzetting onrechtmatig is. Daarom zal het gevraagde verbod om enig gewasbeschermingsmiddel te gebruiken, worden afgewezen.”

Het RIVM (brief-)rapport

Dit is wat er in het RIVM briefrapport wordt gezegd over dit onderwerp:

“Uit eerder onderzoek van het RIVM bleek dat er voor vijf stoffen sterke aanwijzingen zijn dat ze neurodegeneratieve ziekten kunnen veroorzaken. Deze stoffen mogen niet meer in de Europese Unie worden gebruikt. Ook bleek dat de vereiste informatie voor de risicobeoordeling van gewasbeschermingsmiddelen moet worden verbeterd om mogelijke gevolgen als de ziekte van Parkinson te kunnen onderzoeken. Er wordt nu onderzocht hoe de risicobeoordeling verder kan worden verbeterd. Vooruitlopend hierop heeft het RIVM gekeken of er op dit moment stoffen worden gebruikt die lijken op deze vijf verboden stoffen. Stoffen met een vergelijkbare chemische structuur kunnen soortgelijke effecten veroorzaken. Als dat zo is, dan zouden maatregelen wenselijk zijn om de eventuele risico’s voor telers te verkleinen. Hier blijkt weinig informatie over te zijn. Maar in de beschikbare informatie heeft het RIVM één stof gevonden (metiram) waarvan op basis van de structuur wordt verwacht dat deze neurodegeneratief kan zijn. Deze stof wordt in Nederland heel weinig gebruikt en naar verwachting niet opnieuw goedgekeurd tijdens de nu lopende Europese herbeoordeling. In afwachting van deze herbeoordeling is er volgens het RIVM nu geen reden om extra maatregelen te nemen.”

Het is een herhaling van zetten: “Vroeger, toen werden gifstoffen gebruikt die eigenlijk niet gebruikt hadden mogen worden, we wisten niet beter, maar tegenwoordig is dat héél anders.”
Maar ja, kon deze conclusie ook echt worden getrokken?

Gesteld wordt dus: “Uit eerder onderzoek van het RIVM bleek dat er voor vijf stoffen sterke aanwijzingen zijn dat ze neurodegeneratieve ziekten kunnen veroorzaken.”
Maar in dit eerdere onderzoek, waarnaar het RIVM verwijst (RIVM-briefrapport 2021-0153;  H. Heusinkveld et al.), staat dat helemaal niet. Te lezen valt:

In een beperkt aantal studies is in meer detail gekeken naar groepen van werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen of zelfs individuele stoffen, in relatie tot het risico op parkinson.
Hieruit blijken verbanden met onder andere de in de EU niet meer goedgekeurde stoffen [1] paraquat (Shrestha et al. 2020; Tangamornsuksan et al. 2019; Tanner et al. 2011; Vaccari et al. 2019), [2] rotenone (Dhillon et al. 2008; Tanner et al. 2011), [3] chloorpyrifos (Dhillon et al. 2008) en de combinatie van [4] dithiocarbamaten met [5] diquat/paraquat (Costello et al. 2009).

Of hetzelfde geldt voor werkzame stoffen die momenteel nog wel op de markt zijn is onbekend wegens gebrek aan specifieke data.” (pag. 15)

Opvallend is overigens dat het Hof deze internationale studies nu blijkbaar wel accepteert. In de uitspraak was nl. immers nog de opvallende passage:

“Dat de omwonenden een grote hoeveelheid onderzoeken hebben overgelegd uit veelal andere landen, die dienen ter onderbouwing van het verband tussen gewasbeschermingsmiddelen en neurodegeneratieve ziekten, kan niet tot een ander oordeel leiden. Een groot deel van die onderzoeken ziet op de gezondheidseffecten op de gebruikers van de gewasbeschermingsmiddelen (en niet op omwonenden), vaak zijn ze van (veel) langer geleden en zien ze op gewasbeschermingsmiddelen die al verboden zijn”

Onduidelijk blijft dan ook de grond waarom juist voor deze vijf bestrijdingsmiddelen (behalve dat ze inmiddels zijn verboden) is gekozen.
In de (hierboven genoemde) studie van Tanner et al. “Rotenone, Paraquat, and Parkinson’s Disease”(2011) wordt immers gesteld dat: “parkinson positief bleek te zijn geassocieerd met
twee groepen pesticiden, gedefinieerd door mechanismen die experimenteel betrokken zijn – degenen die de mitochondriale functie aantasten en degenen die oxidatieve stress verhogen – wat een rol voor deze mechanismen in de Parkinson-pathofysiologie ondersteunt.”

Het gaat dan om pesticiden die op het mitochondrial complex I ingrijpt, zoals Rotenone, en de groep pesticiden die oxidatieve stress veroorzaakt. Zoals gezegd het gaat om groepen bestrijdingsmiddelen. En is dat dan wel goed bestudeerd? Bijvoorbeeld uit de studie van Sherer at al. (2007) wordt hierover opgemerkt:

“De rangorde van de toxiciteit van pesticiden voor neuroblastoomcellen was pyridaben > rotenone > fenpyroximaat > fenazaquin > tebunfenpyrad. (..)

Deze gegevens tonen aan dat, naast rotenone, verschillende commercieel gebruikte pesticiden complex I direct remmen, oxidatieve schade veroorzaken, en suggereren dat verder onderzoek gerechtvaardigd is naar milieuagentia die complex I remmen vanwege hun potentiële rol bij Parkinson.”

Pyridaben mogen natuurlijk nog steeds worden toegepast volgens het Ctgb, terwijl het ook geen probleem is om fenpyroximaat en fenazaquin aan te schaffen via internet.

En ja, in de eerste RIVM studie kon men natuurlijk nog niet verwijzen naar de studie die in december van dat jaar (2021) zou verschijnen onder de titel: “Neurotoxic Effects of Insecticides Chlorpyrifos, Carbaryl, Imidacloprid, in Different Animal Species” van Mora-Gutiérrez et al. Maar in de vervolgstudie van het RIVM had dat natuurlijk alwel gekund. Zo moeilijk is dat ook niet.

Uiteraard ook het neonicotinoïde Imidacloprid zou ik bijna zeggen (zie link).
De nieuwe insecticiden zijn zo effectief doordat ze de prikkelgeleiding tussen de zenuwcellen in de hersenen zo verstoren dat de insecten sterven. Ze hechten zich aan nicotinerge acetylcholinereceptoren, waardoor de overdracht van prikkels verstoord raakt. Ook bij mensen.

Acetylcholine is een ‘boodschapperstof’ bij signaaloverdracht in het zenuwstelsel. Na receptor activatie wordt het acetylcholine door acetylcholineesterase razend snel afgebroken. De neonicotinoïden kunnen echter niet worden afgebroken en dit zorgt voor een blokkade van de receptor. Dat alles weten we.

Volgens Henk Tennekes is alles aan de neocics is schadelijk. Ze zijn hoogst mobiel door hun hoge wateroplosbaarheid, ongeveer 80% van de toegepaste hoeveelheid stof wordt verspreid in de bodem, ze zijn persistent, wat er voor zorgt dat er meerdere jaren opname is van de stof door planten. En ze zijn uiterst giftig.
1 gram imidacloprid eerlijk verdeeld over de voltallige wereldbevolking (6,8 miljard personen) is per persoon al genoeg gif om een werkbij arbeidsongeschikt te maken.

De binding van neonicotinoiden aan zenuwcellen is irreversibel, wat maakt dat hun werking in het lichaam almaar cumuleert.

Tennekes visualiseert in zijn presentatie voor de universiteit van Gent het werkingsmechanisme van de neonics als volgt:

Zenuwartsen zouden nu gealarmeerd moeten zijn. De eurotransmitter acetylcholine is immers onder meer bekend van de al in de 19e eeuw ontdekte “Acetylcholine–dopamine balans hypothese”.
Dopamine en acetylcholine werken samen in het hersengebied wat het corpus striatum heet. Het corpus striatum vormt een belangrijk onderdeel van de basale hersenkernen en is daarmee onderdeel van de regelkring voor het versterken, afremmen en bijsturen van de motorische activiteit die uitgaat van de cortex cerebri.
De onbalans tussen cholinerge activiteit en dopaminerge activiteit in het striatum veroorzaakt een verscheidenheid aan neurologische aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson. (Aosaki et al, 2010)

Het is dan ook niet zo heel moeilijk. Vanaf het moment dat insecten worden bestreden met zenuwgiften, zoals de neonicotinoiden, (op grote schaal door Bayer op de markt gebracht sinds de jaren negentig)  zien we een enorme toename van neurodegeneratieve aandoeningen, zoals Parkinson en ALS (een meer compleet overzicht is te vinden onder link), maar ook lijken ontwikkelingsstoornissen als ADHD en verwante vormen, epidemische vormen aan te nemen.

Het gaat dan vooral nog over kwetsbare patiënten, jongeren en ouderen.
We weten dat bijvoorbeeld neonicotinoïden blijkbaar zorgen voor een irreversibele aantasting van de zenuwen. Juist bij landbouwers en mensen die met deze middelen hebben gewerkt is er een verhoogd risico op aantasting. Maar waarom wordt hier niet op gereageerd?

En het blijkt immers ook anders te kunnen. De vier middelen die de rechter toelaat bij de lelieteler in Boterveen (Rudis-12970 N, Titus-11393 N, Goltix WG-8629 N en Olie-H 6598-N) kennen eigenlijk nauwelijks bekende bijwerkingen (werkzame stoffen resp.  prothioconazool, rimsulfuron, metamitron en paraffine olie). En ik denk dat dit wel de manier is om het vertrouwen in- en binnen de sector terug te winnen.

Een merkwaardig medicijn?

Ik heb ooit nog eens een studie  HBO-personeelswerk gevolgd en moest toen onder meer het werk van Hans Achterhuis: ‘Arbeid, een merkwaardig medicijn’ doorspitten.

Hierin werd aandacht gevraagd voor de situatie bij de Amsterdamse Ford-vestiging in 1981, toen de arbeiders tegen de voorgestelde sluiting protesteerden via een staking en bedrijfsbezetting:
”De vele publiciteit rondom deze arbeidersstrijd deed vergeten dat een paar jaar eerder Ford ook de voorpagina’s had gehaald. Dat was toen echter in verband met de achtergronden van het hoge ziekteverzuim bij Ford (23%).
Als oorzaken werden genoemd: het hoge tempo van het lopende band-systeem, taakverzwaring, voortdurende overplaatsingen van werknemers, een enorme geluidshinder, slechte atmosfeer en het werken met giftige stoffen. (…) Arie Groeneveld, voorzitter van het FNV kwma de arbeiders een hart onder de riem steken met zijn leus: “Wij rekenen niet in guldens, wij rekenen in mensen en menselijk geluk. Daarom moet Ford open blijven.”

De paradoxale spanningsverhouding wordt hier volstrekt duidelijk. Arbeid leidt tot ziekte en ellende, maar met het oog op dreigende werkeloosheid wordt ze met gezondheid en geluk in verband gebracht.”

Waarom hebben de boeren en tuinders van Nederland er geen probleem mee dat zij worden gebruikt als proefkonijnen en -cavia’s voor de gewasbeschermingsmiddel-fabrikanten? Het lijkt op eenzelfde psychologisch mechanisme terug te wijzen: Arbeidsethos en een zich ondergeschikt maken aan een groter belang:
Hoe belangrijk is mijn eigen leven en welzijn in relatie tot het grotere doel (het in stand houden van het bedrijf voor het nageslacht, mijn reputatie, voedsel voor de bevolking, etc.) wat ik dien?

Maar juist bij dit laatste moeten vraagtekens worden gesteld. Ik geloof dat de anti-rokers campagne nooit zo’n enorm succes was geweest wanneer niet kon worden gewezen op de schade die door de niet-rokers blijkbaar werd opgelopen door deze verslavende gewoonte.

En dat is juist wat hier aan de orde is. Het gaat hier immers ook over zgn. “systemische insecticiden”. Deze producten worden opgenomen door de weefsels van de behandelde plant en vervolgens met het sap naar de verschillende delen gevoerd. De plant wordt dus door haar sap giftig voor alle insecten: vretende, stekend-zuigende en de insecten die binnen in de weefsels leven.
Maar dus ook voor de menselijke consumenten. Producten wassen helpt niet omdat het gif in de weefsels van de groente en fruit zelf zit.

Het arbeids-product: “Boeren zorgen voor eten” is besmet geraakt en dat zou eigenlijk moeten zorgen voor een ‘cultuur-omslag’. Datgene wat de boer gebeurt, kan dus ook de consument gebeuren.
Waarom moeten we zenuwgiften gebruiken in de oorlog tegen de insecten?

En erger nog: waarom vinden de nationale waakhonden als de het Ctgb, de Gezondheidsraad en het RIVM het wel best? Waarom pikken de omwonenden dit (meestal) nog steeds? Het zou toch moeten gaan om gezond voedsel (en bloemen) voor de Nederlanders en een goede reputatie van de Nederlandse producten?

– En dan laat ik de relatie met het schijnverband tussen stikstof en de teloorgang van de Nederlandse natuur nog even buiten beschouwing (zie link en link). –

Wie had ooit gedacht dat “de leliën des velds” een sproeibeurt met landbouw-/ zenuwgif nodig zouden hebben om tot volle wasdom te geraken? Jezus (Matteüs 6:25-34) zeker niet, terwijl een koning Salomo, die in zijn Hooglied (4:5) de vele kwaliteiten van de bloem bezong, toch ook vreemd zou hebben opgekeken…


Geplaatst

in

door

Tags: