De roze wolk van Remkes II; onverantwoorde risico’s

De meest in het oog springende aanbeveling van Remkes is natuurlijk het binnen een jaar uitkopen van 5-600 ‘piekbelasters’, ca. 1% van “de populatie agrariërs”.
Dit plan wordt als volgt gemotiveerd:
“Om effect te hebben op de korte termijn, zou het naar mijn inzicht verstandig zijn als het kabinet inzet op gerichte maatregelen. Dit betekent een focus op piekbelasters en puntbronnen. Van alle beschikbare keuzes tussen kwaden, zie ik een op piekbelasters gerichte aanpak als de minst kwade. Mijn inschatting, op basis van cijfers die ik bij het ministerie heb opgevraagd, is dat het gaat om 500 tot 600 ondernemingen. Deze ondernemingen zijn evidente piekbelasters, gelegen nabij kwetsbare Natura 2000-gebieden. Voor deze ondernemingen is in ieder mogelijk scenario een ingrijpende verandering nodig, maar dat maakt de boodschap niet minder hard en pijnlijk voor de ondernemers in kwestie. Piekbelasters kunnen zowel agrarische bedrijven als industrie zijn. Ik heb echter de indruk dat de groep piekbelasters voor het grootste gedeelte bestaat uit agrarische ondernemers, waarvan een flink deel intensieve veehouderij.” (pag 34 van het rapport)
Dat is dus niet de beste onderbouwing aller tijden. Maar op zichzelf is het eigenlijk een heel slim ideetje. Je gaat er vanuit dat er “circa 90 gebieden waarin kwetsbare natuur leidt onder te veel stikstof” (pag 13 van het rapport). Je gaat piekbelasters uitkopen aan iedere kant van het gebied (soms wat meer bij grote gebieden als de Veluwe) en er ontstaat ‘salderingsruimte’. De bedrijven die als ‘piekbelaster’ wordt geïdentificeerd moet zich dus maar ‘opofferen’ voor het grote doel: Nederland van het slot houden…
Hierbij is het dus helemaal niet van belang of er daadwerkelijk een probleem is wat betreft stikstofdepositie in het gebied, maar het gaat om een puur rekenkundige exercitie. Maar dan is het natuurlijk wel de vraag, hoe ga je die piekbelasters ‘definiëren’? Wanneer zich twee ‘piekbelasters’ op nagenoeg dezelfde plek bevinden, ga je die dan allebei aankopen? Of waarom de een wel en de ander niet?
Hoe kom je aan 500-600 piekbelasters? Wat zijn de criteria en wanneer deze worden geformuleerd; is er dan niet een risico dat het er uiteindelijk veel meer zullen zijn dan 5-600 die nodig zijn om de benodigde salderingsruimte te krijgen?
Hoe betrouwbaar is die inschatting van Remkes (op basis van welke cijfers van het Ministerie?) uiteindelijk, wanneer criteria en aannames van Remkes niet controleerbaar zijn? Vreemd is natuurlijk wel dat Remkes vervolgens zegt dat er een lijst is op het Ministerie van Landbouw waarop deze ‘piekbelasters’ te vinden zijn (zie link), is het hebben van een slecht geheugen een VVD-tic?
En daarnaast is het voor de sector natuurlijk ook nog van belang dat het hier volgens Remkes slechts om een ‘eerste fase’. Wat gaat er dan nog meer gebeuren? Jesse Klaver stond al te dringen langs de zijlijn, dat lijkt toch ook wat risicovol?

De rol van de Raad van State

Belangrijker dan deze inhoudelijke vragen is echter dat het hier (opnieuw) gaat om een ‘belangenverkenning’. Het resultaat van het gesprek van Remkes met agrarische belangengroeperingen, milieubewegingen en overheid.
Hiermee wordt dus feitelijk de procedure herhaald die eerder leidde tot de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Nadat vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet door uitspraken van de Raad van State in 2008 al werd geblokkeerd, werd na een (maar liefst 7 jaar lang) bestuurlijk overleg-proces, geleid door de Remkes-ses van die tijd (de Taskforce van de heer Trojan en adviesgroep van de heer Huys) uiteindelijk op 1 juli 2015 de nieuwe PAS-regeling vastgesteld.
Een regeling die door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat in overeenstemming met Gedeputeerde Staten van de provincies Drenthe, Flevoland, Fryslân, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland, Zuid-Holland en de Minister van Defensie.
Het mocht niet baten. Twee jaar later werden door de Raad van State al stappen gezet om deze PAS ten grave te dragen.
Bestuurlijke ideetjes die de Raad van State niet overtuigen zijn kansloos geworden. En dat is de ‘nieuwe bestuurlijke werkelijkheid’ onder de kabinetten van Rutte. Wanneer de rechter niet akkoord gaat met een regeling of Wet (zoals ‘de stikstofwet’ waarin de bouwvrijstelling is geregeld), dan is het “vlot trekken van vergunningverlening” kansloos geworden.
Probleem is natuurlijk wel dat Remkes niet kan overleggen met de Raad van State, want die toetst alleen maar aan ‘de Wet’.
Dat maakt ook dat ‘de ideetjes van Remkes’ niet meer zijn dan ‘proefballonnetjes’.
Je kunt best wel 500-600  ‘piekbelasters’ uitkopen. Maar dan weet je nog niet of de ‘hoogste rechter’ wel akkoord gaat met het geschetste toekomstperspectief: een Nederland wat dan dus niet ‘op slot gaat’ wat betreft vergunningverlening. Hoe verhoudt zich dit alles met het behalen van de KDW en de Europese habitatrichtlijn volgens de Raad van State?
Je krijgt alsnog ook nog te maken met de juridische vraag naar de rechtmatigheid van de aanwijzing van ‘piekbelasters’. Dient er korting te komen om gebruik te kunnen maken met de vrijgekomen stikstofruimte? Welke garanties zijn er om de vrijgekomen ruimte door uitkoop van de ‘piekbelasters’ ook inderdaad te gebruiken; is het rechtmatig om ‘piekbelasters’ gedwongen uit te kopen, etc.

De PAS melders en interimmers

Heel terecht vraagt Remkes om speciale aandacht voor de PAS melders en interimmers. Bedrijven die in de periode tussen 2015 en 2019 middels een melding hebben laten weten dat zij onder het PAS-regime geen vergunning nodig hadden voor hun vestiging of uitbreiding, of simpelweg niet wisten (of zelfs niet konden weten) dat zij hiervoor (na het jaar 2000) een Nbw vergunning nodig hadden: Remkes stelt terecht: “Ondernemers die er op hadden moeten kunnen vertrouwen dat zij hun activiteiten rechtmatig uitoefenden, maar voor wie dit niet het geval blijkt te zijn, moeten daarin tegemoetgekomen worden. Zij moeten daarom gelegaliseerd worden en anders compensatie krijgen.”
De rechtszekerheid van de bedrijven in Nederland heeft door de nieuwe jurisprudentie een forse knauw gekregen. Het maakt dat zelfs ondergetekende iewat benauwd deze discussie verder volgt, want mijn woning is gebouwd na 2000, op korte afstand van een Natura2000 gebied, waar dus eigenlijk, qua gebruik, een natuurvergunning voor had moeten worden verleend (en die je dus nooit had gekregen).
Mag dat wel?
Gelukkig heeft zelfs het Nijmeegse stikstofbevrijdingsfront MOB, onder de leiding van Johan Vollenbroek, hier nog geen aandacht aan besteed, maar je weet maar nooit…
Een aantal bedrijven met dit soort van problematiek heeft al te horen gekregen dat zij hun poorten wel mogen sluiten (zie link). Waarom woningen dan niet?
De absurditeit van deze ‘rechtspraak’ is evident, wat ook de (on)bruikbaarheid van het meldingen-instrument in het kader van de milieu- regelgeving, laat zien. Hoe kun je nu gaan melden bij de overheid dat je een bedrijf gaat oprichten, zonder dat hier enig juridisch recht aan ontleend kan worden?
Uitbreiding van dit Meldingen-instrument (onder de Omgevingswet) lijkt dan ook bijzonder ongewenst.
Jammer dat Remkes hier verder geen aandacht aan besteedt.

Wat dan wel?

Het is natuurlijk gemakkelijk om kritiek te hebben, maar is er dan wel een logische ‘oplossing’ voor het stikstof-dilemma waar het kabinet Rutte nu al jaren onder zucht?
Tsja, die is er wel, maar dat zou natuurlijk wel betekenen dat het spiegelgevecht van Rutte met de Nederlandse rechtbanken een keer moet stoppen (zie link). Ik besef dat dit het ‘verdienmodel’ van Rutte tot een einde brengt, maar wanneer de regering besluit om daadwerkelijk te regeren is de oplossing eigenlijk vrij simpel.
In plaats van de 171 raadgevingen van Remkes (zie vorige blog) kun je er natuurlijk ook voor kiezen om de interpretatievrijheid van de Raad van State iets in te perken. Schrap of verbeter de artikelen 93 en 94 van de grondwet, in die zin dat de interpretatievrijheid van de rechter niet in strijd kan zijn met de democratisch vastgestelde wettelijke regelingen.
Gebruik het toetsingskader van de Interimet ammoniak en veehouderij, (de huidige Wet ammoniak en veehouderij kent geen normstellingen) zoals deze bestond in 1995. En pas deze toe met een paar wijzigingen. Benoem de “voor verzuring gevoelige gebieden” nu als: ‘Natura 2000 gebieden’, ammoniak wordt: “reactief stikstof” en “veehouderijen” worden: “activiteiten’.
Volgens mij ben je er dan eigenlijk al wel. Misschien zou je de norm van 15 mol (= 210 gram/ha/jaar) van de artikelen 4 en 5 van de Iav kunnen ophogen naar 300 gram/jaar per hectare, om aansluiting te zoeken met de Duitse regelgeving op dit moment (zie link, we maken het ons eens gemakkelijk qua onderbouwing van de normen), maar dat is het dan ook wel zo’n beetje.
Natuurlijk zou het een aanbeveling zijn om hieraan de goede elementen van de oude regelingen aan vast te plakken. De ontwikkelprogramma’s nav de gebiedsinventarisaties onder de PAS waren helemaal niet slecht. Je zou dan ook nog kunnen differentiëren qua normstelling op zo’n gebied. Je kunt mitigerende maatregelen voorschrijven wanneer dat gewenst lijkt, etc.
Maar zo moeilijk is het dus helemaal niet…

Geplaatst

in

door

Tags: