De stikstof houtgreep

Op 27 maart 2026 stuurde de nieuwe Minister van LVVN een brief met daarin zijn ideeën over het oplossen van de stikstofproblematiek aan de Tweede Kamer:

“We maken duidelijke keuzes voor een sterke en toekomstbestendige agrarische sector en het structureel verbeteren van de natuur. Zodat vergunningverlening stapsgewijs weer mogelijk wordt voor het bouwen van de woningen die zo hard nodig zijn, verduurzaming van de landbouw en de industrie, het mogelijk maken van de noodzakelijke uitbreiding van Defensie, projecten in de bereikbaarheid en waterveiligheid, perspectief en duidelijkheid over nieuwe investeringen voor het brede bedrijfsleven, en voor een economie die werkt. Kortom, voor een land dat ook vooruit kan. Dat vraagt op korte termijn om diverse, soms ingrijpende besluiten, maar deze leiden tot duidelijkheid en duurzaam perspectief voor boeren, natuur en Nederland. Daarom heeft het kabinet duidelijke doelen gesteld, concrete maatregelen aangekondigd en een bijpassende investering van €20 miljard tot en met 2035 zeker gesteld. Het kabinet heeft direct de Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof in het leven geroepen om doorbraken op dit dossier te realiseren en heeft daarvoor een duidelijke opdracht meegekregen.”

De Minister is niet te benijden. Agractie was in ieder geval niet te spreken over de voorgestelde acties van de Minister in deze brief. Agraaf kopt: ‘Veehouderij móet kapot’ constateert Agractie na Kamerbrief Van Essen (LVVN). In het artikel wordt dit nader toegelicht:

“Het beleid dat beschreven wordt in de brief van de minister aan de Tweede Kamer leidt onmiskenbaar tot een forse reductie van de veestapel, stelt Agractie. ‘En dus minder voedselproductie en dus minder voedselzekerheid; en dat in een tijd waarin het belang van voedselzekerheid met de dag groter wordt. Het is veelbetekenend dat het woord voedselzekerheid in de brief niet één keer voorkomt. Er wordt eenzijdig gekozen voor natuurbelang en dat ook nog op basis van onjuiste uitgangspunten.’

(…)  ‘Waarom wordt er geen voorbeeld genomen aan de wijze waarop Duitsland, Frankrijk en Italië met de Brusselse richtlijnen omgaan? Landen die op gebiedsniveau net zo veel ammoniakemissie kennen als Nederland.’

Het beleid om met bedrijfsspecifieke normen te komen die met afrekenbare doelsturing bereikt moeten gaan worden gaat desastreus uitpakken voor de veehouderijsector, zo stelt Agractie (…)

Agractie meldt tot slot dat het niet tegen emissiereductiebeleid op zich is. ‘Maar dan wel op basis van een aangepaste regelgeving om de vergunningverlening los te trekken en op basis van een stimulerende vorm van doelsturing. Dat de huidige regering en in haar kielzog de LTO en het NAJK hier niet voor kiezen kan niet anders dan tot de conclusie leiden dat men geen enkele moeite heeft met de teloorgang van de veehouderijsector.”

Leuk die politiek

Tegen deze achtergrond was er eigenlijk al nauwelijks meer belangstelling voor de uitspraak van de Raad van State op 11 maart, in de casus wegverbreding Amelisweerd. Dat deze zaak de vergunningverlening voor stikstofdepositie wederom vrijwel onmogelijk heeft gemaakt is blijkbaar geen krantenkoppen waard.

Toch is dat vreemd. Aangezien de Raad van State de baas is ten aanzien van stikstof (want het gaat indirect over Europese regelgeving, die alleen de Raad van State mag uitleggen, zie link en link), is het best leuk de pretpraat van de politiek over hoe ze nu weer het stikstofprobleem gaan oplossen, maar je koopt er niet veel voor.
Vriend en vijand is het er over eens dat de stikstofcrisis mede zou moeten worden opgelost door het vergunningentraject weer op gang te helpen, maar daar kan na 11 maart geen sprake meer van zijn.

Ik wil de Rijksoverheid dan ook vragen om het juridische materiaal ten aanzien van de stikstofcrisis van deze periode goed te bewaren en in kluizen op te bergen, opdat eenieder die in de toekomst nog gaat zeuren over een dikastocratie (een land wat bestuurd wordt door rechters) met de neus op de feiten wordt gedrukt. Het is namelijk zonneklaar:
Wanneer het gaat om technische regels (of overal waar behoorlijk wat cijferwerk om de hoek komt kijken), wordt de situatie over welk onderwerp dan ook, alleen maar erger, omdat een rechter nooit, maar dan ook nooit, zijn ongelijk zal toegeven en maar al te gevoelig is voor de argumenten van slimme actiegroepen, die toevallig overeenstemmen met de eigen politieke overtuigingen (zie ook link, al ging het hier natuurlijk over die ‘andere’ Raad van State).

In de jaren negentig, toen de Raad van State ook met enige regelmaat de milieuvergunningverlening op slot wist te zetten, met name door steeds verder doorschuivende retorische handigheden van eisende partijen, was er altijd nog een regering die kon corrigeren:
Doorschietende regelgeving over geurregelgeving: de Wet geurhinder en veehouderij. Doorschietend stikstofbeleid: De Wet ammoniak en veehouderij. Doorschietende fijnstof-problematiek, een nieuw rekenmodel. Doorschietende akoestische regelgeving; aanpassing van het activiteitenbesluit. Doorschietende toeslagaffaire; Pieter Omzigt, etc.

Maar dat kan in het bijzondere geval van stikstof (nu de democratie hier simpel buitenspel is gezet, omdat alleen de raad van State dus gaat over de uitleg van Europese regelgeving) niet. De politiek heeft geen enkele beslissingsbevoegdheid meer ten aanzien van dit onderwerp.

En dus is er nu weer een nieuw kabinet aangetreden in een strijd die niet te winnen is, omdat één partij alle kaarten in handen houdt. Dit dan dus wel dankzij de eigen wetgeving hierover. Volgens de Wet kan alléén de Raad van State weten hoe de regels uit Brussel geïnterpreteerd mogen worden (zie link).

– Het zou toch fijn zijn geweest als Pieter Omzigt, de enige politicus die hier blijkbaar enig zicht op had, zich (uitsluitend) met deze klus had bezig mogen houden.-

Met mijn zorgen over de positie van de rechtspraak in Nederland ben ik blijkbaar roepende in de woestijn. In een persbericht van 10 juli 2025 laat de website van rechtbanken, gerechtshoven en de bijzondere colleges (www.derechtspraak.nl) weten dat het vertrouwen in de onafhankelijkheid van de Nederlandse rechterlijke macht alweer is toegenomen:  
“Ongeveer 75 procent van alle burgers en bedrijven beoordeelt de onafhankelijkheid van rechters als ‘redelijk tot erg goed’. Dit percentage is daarmee 5 procentpunt hoger dan een jaar eerder. Dit blijkt uit het deze week gepubliceerde Rule of Law-rapport 2025 (europa.eu)- U verlaat Rechtspraak.nl, het jaarlijkse overzicht van de Europese Commissie over de rechtsstatelijke situatie in EU-lidstaten. Daarmee scoort de Nederlandse rechtspraak goed binnen de Europese Unie.”

Naar mijn stellige overtuiging is dat te danken aan de natuurlijke afkeer die de Nederlander heeft voor discussies. Het gedebatteer over onderwerpen waarvan je eigenlijk nooit het gevoel hebt dat je het kunt duiden en ook de duiders (rechts- of linksom) niet te vertrouwen zijn.
Het wordt de rechters dan ook wel erg gemakkelijk gemaakt. De rechter hoeft niet in discussie met actiegroepen als Agractie, hoeft zijn of haar uitspraken niet aan een woeste Eva Jinek uit te leggen, wordt niet in de mangel genomen door Lubach of op het NOS journaal met tomaten bekogeld.
Kortom de rechter hoeft geen rekenschap af te leggen aan ‘het volk’, want hij wordt benoemd en niet gekozen.

En dan is er natuurlijk nog een natuurlijk talent in datgene waarin de rechter van nature moet excelleren: communicatie. En vooral meegaan met publieke debatten. Een voorbeeld; De zorg over de steeds bredere toepassing van het voorzorgbeginsel in het milieurecht heeft de Raad van State ertoe bewogen om dit rechtsbeginsel nog maar zelden te benoemen in haar uitspraken.
Natuurlijk was het dan een hele klus om de rechtsgebieden die eigenlijk alleen hierop zijn gebaseerd (zoals het stikstofvraagstuk) dan opnieuw te grondvesten. Maar bij het stikstofvraagstuk is men hier met vlag en wimpel geslaagd. Een nieuw rechtsbeginsel is geïntroduceerd, wat eigenlijk niets anders is dan het voorzorgbeginsel, maar nu heet: “het additionaliteitsvereiste”.

Voorzorgsbeginsel?

Nooit van gehoord? Ik denk tot voor kort niemand, maar ineens was het er. De Afdeling heeft het additionaliteitsvereiste afgeleid uit jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, in het bijzonder uit het PAS-arrest (ECLI:EU:C:2018:882).
Het additionaliteitsvereiste betekent kort gezegd dat geen ‘stikstofruimte’ mag worden ingezet voor nieuwe projecten of wijzigingen van bestaande projecten, wanneer bestuursorganen niet kunnen onderbouwen dat die stikstofruimte niet hoe dan ook al nodig is om verslechtering van de natuur tegen te gaan of om bepaalde doelstellingen te halen.

Voor mensen die hierover meer willen weten: in deze Stibbeblog (naar aanleiding van een artikel van A. Collignon en J. Tingen) wordt uitstekend uitgelegd hoe het beginsel nogal kreupel is geïntroduceerd in de Nederlandse rechtspraktijk. 

En uiteraard bestaat het ook niet in deze vorm in het buitenland. Ook in andere arresten van het HvJEU of documentatie van de Europese Commissie zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het additionaliteitsvereiste, zoals dat hier wordt geïnterpreteerd. Dat terwijl de impact van dit criterium groot is, getuige het Nederlandse stikstofslot.
Wanneer het HvJEU en de Commissie inderdaad ook uit zouden gaan van een additionaliteitsvereiste, zoals dat in Nederland van kracht is, dan zou het voor de hand zou liggen dat zij dit beginsel ook nader zouden toelichten, ook voor de andere lidstaten die hierover nog in blijde onwetendheid verkeren.
Dat deze toelichting nooit is gegeven kan eigenlijk maar één ding betekenen, nl. dat het Europese Hof dit nooit heeft bedoeld zoals het beginsel hier wordt toegepast. Maar ja, het is niet dat onze Raad van State zelf, zich daar ook maar iets van aantrekt.

Waarom is dit van belang en wat gebeurde er nu eigenlijk in Amelisweerd?

Wegverbreding

De website www.stopverbredingringutrecht.nl is niet helemaal objectief, maar geeft wel een goed beeld van de geschiedenis van het plan van de wegverbreding in Amelisweerd:
“Het Tracébesluit 2022 met een verbreding van de A27/A12 – 2 x 7 rijstroken en de kap van het bos in Amelisweerd – is een achterhaald plan van meer dan vijfien jaar geleden. Dit plan gaat minimaal 1.700 miljoen euro kosten. Een plan dat niemand nu nog zou bedenken. Eind 2023 hebben provincie en gemeente Utrecht samen het Alternatief Ring Utrecht (ARU) gepresenteerd, dat ondersteund wordt door alle gemeenten in de regio. Binnen de bak en goedkoper.

Twaalf jaar lang deden voorstellen van bewoners en de gemeente er niet toe. Alternatieven binnen de bak waren al helemaal onbespreekbaar. Maar die ban is in 2021 door het kabinet Rutte 4 (VVD, D66, CU, CDA) gebroken. Dit kabinet bood de regio de kans te komen met een oplossing ‘binnen de bak’ in Amelisweerd. Na talloze acties (demonstraties, petities, publiciteit, posters) van tienduizenden burgers in de regio en een alternatief plan ‘binnen de bak’ van de Kerngroep Ring Utrecht kon de politiek er niet meer omheen.

(…) De regio is om, nu de Rijksoverheid en Rijkswaterstaat nog. Het alternatieve plan van de regio had de minister inmiddels al verworpen, maar de Tweede Kamer heeft afgedwongen dat hij alsnog in gesprek gaat met gemeente en provincie.
Na in november 2024 de ingediende beroepen in behandeling te hebben genomen heeft de Raad van State in op 30 april 2025 (wederom) een tussenuitspraak gedaan die de minister de ruimte biedt om zijn plan beter te onderbouwen.
Op 11 november 2025 is er voor de zoveelste keer een nieuw Tracébesluit gepubliceerd waar de Raad van State zich weer over gaat buigen.
Op 14 januari 2026 heeft de Kerngroep Ring Utrecht een reactie naar de Raad van State gestuurd op dit nieuwe Tracébesluit.
Op dinsdag 27 januari 2026, heeft de Tweede Kamer het Tracébesluit definitief naar de prullenbak verwezen.
Vandaag, woensdag 11 maart 2026, heeft de Raad van State uitspraak gedaan in de beroepszaak en het Tracébesluit definitief vernietigd.”

Nou, helemaal geen ramp dus. Iedereen was het er al over eens en recht is gesproken. Op de Website van de raad van State werd er nog een flink persbericht aan gewijd:

“De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het tracébesluit ‘A27/A12 Ring Utrecht’ voor de verbreding van de rijkswegen A12, A27 en A28 bij Amelisweerd vernietigd. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is er niet in geslaagd om de gebreken in dit besluit te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de minister in een tussenuitspraak van april 2025 nog op om beter te motiveren of aan de eisen voor extern salderen van stikstof werd voldaan. Maar dat is dus niet gelukt. Dit blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (11 maart 2026). Hiermee is de verbreding van de rijkswegen A12, A27 en A28 zoals de minister voor ogen had met dit tracébesluit, van de baan.

De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de minister in de tussenuitspraak op om beter te motiveren of het wegstrepen (extern salderen) van de stikstoftoename van het wegproject tegen een stikstofafname vanwege het stoppen van enkele agrarische bedrijven, voldeed aan de voorwaarden die daarvoor gelden. Een van die voorwaarden is het additionaliteitsvereiste.

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat de minister niet voldoende heeft gemotiveerd dat aan het additionaliteitsvereiste wordt voldaan. Daarmee is het gebrek in het tracébesluit niet hersteld. (…)

Het natuurbeschermingsrecht eist dat daarbij voortdurend wordt gekeken of de maatregelen om de hoeveelheid stikstof in deze gebieden te verminderen, nog voldoen of dat meer of andere maatregelen nodig zijn. De minister had daarom in zijn herstelbesluit uit moeten gaan van de meest recente informatie over de staat van de natuur in deze natuurgebieden. Die informatie staat in de natuurdoelanalyses en de adviezen daarover van de Ecologische Autoriteit. De minister heeft deze analyses en adviezen niet meegenomen in zijn herstelbesluit, maar dat had hij wel moeten doen. Uit deze analyses blijkt namelijk dat de staat van de natuur in deze gebieden onvoldoende is.

Daarom kan de minister nu niet stellen dat de gewenste stikstofdaling met alleen de bestaande maatregelen kan worden bereikt en dat niet ook de stikstofafname van de gestopte agrarische bedrijven nodig is.

De minister voerde aan dat hij kon volstaan met nagaan of de bevoegde provincies de stikstofafname van deze bedrijven nodig vinden voor de Natura 2000-gebieden (de zogeheten vergewisplicht). Daar gaat de Afdeling bestuursrechtspraak niet in mee. Een minister heeft, anders dan een gemeenteraad, namelijk wel bevoegdheden om invloed uit te oefenen op de staat van de natuur in Natura 2000-gebieden.”

Maar was dat wel zo?

Allereerst begrijp ik deze uiteenzetting niet zo goed. De samenstellers van het persbericht hebben blijkbaar niet helemaal begrepen wat de vergewisplicht nu precies inhield. Ik verwijs daarvoor graag naar de uitspraak van 14 januari 2026 (ECLI:NLLRVS:2026:193), waarin dit begrip voor het eerst opdook. Dat gaat dus juist over het bestuderen van de natuurdoelanalyses en de adviezen daarover van de ecologische autoriteit.
De zaak over Amelisweerd draaide echter daarom, dat de minister stelde dat hij “op grond van de Wnb niet het bestuursorgaan is dat bevoegd is en/of gehouden is om instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen te treffen voor de aan de orde zijnde Natura 2000-gebieden.”

Maar de Afdeling deelde dat standpunt niet: Zij stelt dat “voor de rijksoverheid bevoegdheden bestaan om invloed uit te oefenen op de staat van de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld via de bevoegdheid tot het vaststellen van omgevingswaarden (artikel 1.12a van de Wnb) en het vaststellen van een programma (artikel 1.13 van de Wnb). Aanvullend op bovenstaande bevoegdheden op grond van de Wnb, heeft de rijksoverheid ook andere instrumenten, zoals subsidies, om invloed uit te oefenen op het voorkomen van een (dreigende) verslechtering of significante verstoring en op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.”

Wat betekent dat? Moeten er nieuwe omgevingswaarden worden gesteld, op het moment dat er een weg moet worden aangelegd? Subsidies ergens voor worden verleend, naast het gegeven dat er al miljoenen moeten worden betaald om aan stikstofrechten te komen om aan de provinciale salderingseisen te voldoen???

Het roept bij mij de vraag op of de Afdeling voorlichting van de Raad van State de zaak werkelijk niet begreep, of dat men vond dat het beter was om dit oordeel maar beter niet naar buiten te brengen. De kans dat een kritische journalist de zaak zelfstandig gaat beoordelen (zeker bij een uitspraak waar iedereen het over eens is) wordt terecht als heel minimaal beschouwd.

Het gaat hier dus over een project dat volgens de bevoegde gezagen (provincies) doorgang kon vinden omdat de Minister voor nogal wat miljoenen een aantal agrarische bedrijven had opgekocht, met het uitdrukkelijke doel om ‘salderingsruimte’ te vinden om de wegverbreding bij Amelisweerd (ondanks ‘het stikstofslot’) te kunnen realiseren.
De Minister had bovendien met de betrokken provincies nog overleg gehad of er sprake was benodigde stikstofruimte in het betreffende Natura2000-gebied, is om verslechtering van de natuur tegen te gaan of om bepaalde doelstellingen te halen. Daar was dus ook blijkbaar geen sprake van, volgens de bevoegde gezagen in kwestie.

Het is daarmee volstrekt onduidelijk wat de Raad van State nu eigenlijk van de bevoegde gezagen van Nederland verwacht. De vele miljoenen die zijn uitgegeven aan het project Amelisweerd blijken nu ook weer weggegooid geld geweest te zijn. Wie volgt?

Over de problemen met het additionaliteitsvereiste heb ik al eerder geschreven (zie link). Destijds was de uitspraak in de casus ECLI:NL:RVS:2021:2627 (Drunen) de druppel die voor veel provincies de emmer deed overlopen en werden geen natuurvergunningen meer afgegeven, omdat ook toen al volstrekt onduidelijk was hoe dit vereiste moest worden toegepast.

Het bevoegde gezag had in deze zaak immers voor veel geld een boerderij opgekocht om met de hierop rustende ‘stikstofrechten’, middels externe saldering, een bedrijvenpark te ontwikkelen.

Omdat de rechter echter meende dat niet duidelijk was hoe een daling van de huidige stikstofdepositie kon worden gerealiseerd, kon deze maatregel niet als mitigerende maatregel in de passende beoordeling worden betrokken. Ofwel: de provincie had deze aankoop voor niets gedaan. Het project kon ondanks deze investering geen doorgang vinden. Want wanneer voldoe je aan dit additionaliteitsvereiste?

De afgelopen maanden werd vergunningverlening langzaamaan weer opgebouwd en in een recente zaak kreeg een gemeente zelfs te horen hoe zij konden voldoen aan de eisen die verbonden zouden zijn aan dit bijzondere vereiste. Omdat de gemeente niet het bevoegde gezag was bij de natuurregelgeving kon zij volstaan met een ‘vergewisplicht’. Het bestuderen van recente officiële documenten om te zien of hieruit een plicht volgt om de te salderen stikstofruimte nodig is om verslechtering van de natuur tegen te gaan of om bepaalde doelstellingen te halen (dat is dus iets heel anders dan de afdeling voorlichting van de Raad van State meent te hebben begrepen).

Overigens dient er voor dat soort zaken (naast de gemeentelijke goedkeuring) dan ook nog een natuurvergunning bij het bevoegde gezag (de provincie) te worden aangevraagd. De uitkomst van het bij die procedure ook weer opnieuw te beoordelen additionaliteitsvereiste kan dan uiteraard weer heel anders zijn dan bij de gemeentelijke beslissing het geval was…

Hierbij dan nogmaals een dringende oproep aan de politiek:

De Rechterlijke macht blijkt niet in staat te zijn om een realistisch beleid te voeren wanneer hiermee technisch ingewikkelde zaken gemoeid zijn. Pak dan ook de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de interpretatie van de Brusselse rechtspraak terug.
En wanneer het Europese Hof in beklag gaat; pak bijvoorbeeld dit stikstofdossier, het klimaatdossier en de Toeslagenaffaire en vraag dan eens wat we, volgens het Hoogste Europese rechtscollege, dan wél moeten doen om de rechtspraak in lijn te krijgen met de rest van Europa (daar was het allemaal toch om te doen, vroeger?).


Geplaatst

in

door

Tags: