Introductie gewasbescherming

Pesticiden zijn giftig. In ieder geval voor de organismen waarvoor de stoffen bedoeld zijn en helaas, ook voor sommige andere organismen waarvoor de stoffen niet bedoeld zijn. Dit is geen nieuws. Al vanaf de Tweede Wereldoorlog wordt getracht om aan de ecologische en gezondheidseffecten van deze middelen door middel van regelgeving (als eerste door de Bestrijdingsmiddelenwet 1947) paal en perk te stellen.

In de afscheidsrede van professor Besemer (1984), gaat hij terug in de tijd, na een carrière van meer dan 40 jaar in de gewasbeschermingsmiddelen:

“Het bestrijdingsmiddelenbesluit van 1948 verplichtte fabrikanten van deze middelen, om bepaalde gegevens ten aanzien van de effecten van de door hen gefabriceerde producten duidelijkheid te verschaffen. Door middel van een continu overleg tussen landbouw, de arbeidsinspectie en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid, werd geprobeerd om de risico’s van deze stoffen voor de toepasser en consument in beeld te krijgen. (…)

De wetswijziging van 1962 verschafte een beter arsenaal met betrekking tot de door de fabrikant te verschaffen gegevens en de verplichting van de overheid en de daarvoor door deze aangewezen instanties zich te overtuigen (in het licht van de bestaande kennis), dat voor het verlenen van een toelating redelijke zekerheid voorhanden was met betrekking tot afwezigheid van schadelijke nevenwerkingen. Waarbij naast de gezondheid van de toepasser en van de consument, mogelijk optredende onaanvaardbare milieubeïnvloeding mede overwogen moest worden.”

Had deze wetswijziging nog iets te maken met de bestseller van Rachel Carson: Silent Spring, die in september van dat jaar verscheen?

Toch bleek dit alles maar weinig garanties met zich mee te brengen. In Nederland waren van de 223 toegelaten stoffen sinds 1965, al in 1983 maar liefst 35 stoffen al niet langer toegelaten.
De omzet van pesticiden in Nederland bedroeg in 1976 maar liefst 19.991 ton actieve stof. Hiervan waren er 26,9% herbiciden, 2,8% insecticiden, 11,9 % fungiciden en 58,4% bodemfumigantia.

De wereldomzet van pesticiden zag er overigens veel anders uit. Hierbij ging het om 39,5% herbiciden, 32,7% insecticiden, 21,9% fungiciden en 5,9% diversen. Grondontsmetting was in Nederland uiteraard van groot belang, gelet op de dure grond en de wenselijkheid om ‘dure teelten’ veel vaker te kunnen uitvoeren dan op grond van een normale vruchtwisseling wenselijk zou zijn.

Pas in de periode 1964-1974 werden de resultaten van het onderzoek naar schadelijke effecten op populaties van diverse dieren, tengevolge van belasting van voedselketens, aanleiding  tot intrekkingen van toelatingen. Het laatste toepassingsgebied van gechloreerde koolwaterstoffen, nl. dat van dieldrin, werd beëindigd per 1 juni 1982. DDT verdween overigens al in 1973.

Terugdringen van het middelengebruik blijkt echter een moeilijk karwei. Er is dus inderdaad sprake van een halvering van het pesticidengebruik in Nederland, maar die kan volledig op het conto van het verdwijnen van de grondontsmetting worden geschreven. Met 6 kg per hectare middelengebruik is Nederland (na Malta) nog steeds koploper op het gebied van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in Europa. Zou het toeval zijn dat Nederland, na Malta ook op de tweede plaats staat qua biodiversiteitsverlies bij de boer? (zie link)

Winstoogmerk

Besemer zag echter, in 1984 al, dat het marktmechanisme in belangrijke mate de ontwikkeling van veilige(re) bestrijdingsmiddelen frustreert:
“Er [bestaat] een grote discrepantie tussen  de door velen erkende wenselijkheid om te kunnen beschikken over selectief werkende middelen in vele  gewas/plaag situaties en het beschikbaar komen van  deze gewenste middelen. De oorzaak hiervoor is van economische aard. De in het algemeen geringe omzet  van selectieve middelen, in vergelijking met middelen met een breed werkingsspectrum en een omvangrijk  toepassingsgebied, maakt dat vele chemische industrieën zich slechts schoorvoetend inlaten met de ontwikkeling van middelen met een echt selectieve werking. Te bedenken valt dat de ontwikkelingskosten  van beide typen middelen van dezelfde grootte-orde zijn (geschat 50-75 miljoen gulden). (…)
Bovendien moet men er rekening mee houden dat middelen niet steeds de volle looptijd van het patent uitdienen. Bij breedwerkende middelen zal men vaak voor het verstrijken van het patent quitte kunnen spelen met de tot dan verrichtte investeringen en daarna winst kunnen maken die investering in de ontwikkeling van volgende generatie middelen mogelijk maakt.”

Voor de relatief onschuldiger pesticiden, met een selectieve werking, wordt het maken van winst een veel lastiger opgave. Het zal duidelijk zijn dat een overheidsverbod om een middel nog langer op de markt te mogen brengen steeds als een zwaard van Damocles boven de winstverwachtingen hangt. Wat als een middel plotseling bepaalde ecologische effecten blijkt te hebben, waarop niet is getoetst?

Onderzoek

Volgens de studie van CropLife America (CLA) and the European Crop Protection Association (zie link) zijn de kosten van ontdekking en ontwikkeling van een nieuw actief ingrediënt van 2000 tot 2008 gestegen van $ 184 miljoen tot $ 256 miljoen, of bijna 40%:
“De dramatische stijging is gedeeltelijk te wijten aan steeds veranderende wettelijke vereisten, aldus de studie. Zo heeft de pesticidenindustrie recentelijk te maken gehad met toegenomen regeldruk in verband met verstuiving, inerte ingrediënten, vergunningen voor de Clean Water Act en de naleving van de Endangered Species Act. “Wat we nodig hebben, is een consistent regelgevend kader dat wordt ondersteund door wetenschappelijk onderbouwd beleid ter ondersteuning van de moderne landbouwproductie”, zei CLA-voorzitter en CEO Jay J. Vroom in een verklaring.

Aangezien de kosten voor de ontwikkeling van nieuwe pesticiden zijn gestegen, is het aantal actieve ingrediënten dat elk jaar wordt goedgekeurd, gedaald van vier in 1995 tot 1,3 van 2005 tot 2008, zo blijkt uit de studie.”

Maar het einde is nog niet in zicht. Een studie van het RIVM laat zien dat met name het onderzoek naar neurodegeneratieve ziekten (Alzheimer, Parkinson, ALS) nog ernstig tekort schiet. (zie link)

Het gemak waarmee politici al bewezen effectieve middelen willen verbieden (zie link) staat hiermee eigenlijk in schril contrast. We weten inmiddels, na het experiment van Sri Lanka (zie link) om deze middelen gewoon allemaal te verbieden, dat deze middelen eigenlijk broodnodig zijn voor onze voedselvoorziening.
Er zijn eind van dit jaar 8 miljard mensen op deze wereldbol en die moeten allemaal gevoed worden. Met de huidige landbouwmethoden kan dat en het veranderen van de wijze waarop we ons voedsel produceren, is hierdoor een meer dan riskante onderneming. Hoe graag je dat, als nationale regering van een land waar hongersnood een begrip is van een ver verleden, ook zou willen.

Dat wil ook de Europese commissie onder leiding van (ook nu weer) Frans Timmermans wel even regelen:
“Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw moet in 2030 in heel de EU met 50 procent zijn verminderd. In en rond Natura 2000-gebieden en in de buurt van parken en ander stedelijk groen wordt het gebruik van pesticiden verboden. Chemische bestrijdingsmiddelen schaden volgens de Europese Commissie de menselijke gezondheid en veroorzaken een afname van de biodiversiteit in landbouwgebieden. Ze vervuilen de lucht, het water en de wijdere omgeving. De Commissie stelt daarom duidelijke en bindende regels voor.” (zie link)

Dit zal in politiek Nederland toch als een verassing zijn binnengekomen, want de teloorgang van de natuur was toch te wijten aan stikstof? En nu blijkt er dus allerlei wetenschappelijk onderzoek te bestaan dat juist de gewasbeschermingsmiddelen hier een belangrijke rol hebben gespeeld (zie link).
Iets wat dus onder meer is onderschreven door hoogleraar Enviromental Sustainability Jan Willem Erisman. Die had een paar dagen geleden, bij het actualiteitenprogramma Op1, toch nog een hele andere boodschap (zie link).

Alternatieven?

Al eerder heb ik geschreven dat de wijze waarop de huidige manier van het op de markt brengen van ‘nieuwe middelen’ eigenlijk funest is gebleken voor een belangrijk deel van de Nederlandse natuur (zie link) en wil dan ook een lans breken voor het volgende alternatieve scenario.

Waarom is het nodig dat nieuw potentieel gevaarlijke plaag-bestrijdingsmiddelen gelijk een wereldwijde toestemming tot gebruik krijgen? Wat is er mis met een kleinschalige proef-toepassing, nadat de belangrijkste pijnpunten van de ‘nieuwe middelen’ (waaronder het onderzoek naar neurodegeneratieve ziekten, ik wil het belang van de RIVM studie zeker niet bagatelliseren) experimenteel zijn getest?

De giftigheid van neo-nicotinoïden (neonics) voor bijen zou in een kleine gemeente in een relatief geïsoleerde streek in bijvoorbeeld Kroatië of Frankrijk, echt wel zijn opgevallen. De giftigheid van fipronil voor konijnen valt echt wel op, wanneer het zou zijn gebruikt als zaadbehandeling bij maïs, maar dan eerst kleinschalig zou zijn toegepast. En zo zijn er veel meer toepassingen te bedenken voor middelen die een onverwacht bijeffect bleken te hebben.

Het is tegelijk een oproep aan de Nederlandse regering om de draconische stikstofmaatregelen eerst eens ‘in het klein’ uit te proberen. Sinds vandaag weten we immers dat ook onkreukbare Nederlandse wetenschappelijke instituten, zoals het TNO en het KNMI, aan chronische tunnelvisie kunnen leiden (zie link of link)

Ik vraag me wel af waar Jesse Klaver/Groen Links hier was. Blijkbaar mocht aan deze onderzoekers best wel getwijfeld worden? 

Misschien moeten we ons er bij neerleggen dat we niet alles van tevoren weten en door metingen alles onomstotelijk kunnen achterhalen. Misschien werken modellen niet zoals zou moeten. En dat betekent volgens mij ook dat we niet langer de totale bevolking bloot willen stellen aan middelen die zich niet al sinds jaar en dag hebben bewezen.
Het is toch vreemd dat we op dit moment qua voedselveiligheid volledig afhankelijk zijn van bedrijven die in het verleden hebben bewezen hun eigen overlevingsrecht boven ethische vraagstukken te stellen, zoals de gezondheid van boeren en ecosystemen?


Geplaatst

in

door

Tags: